Colombia

Het is januari en in Nederland is het koud. Wij zitten hier in t-shirt en korte broek op een terras met uitzicht op Salento. Een dorp een paar honderd kilometer ten zuiden van Medellín. Van Salento had u waarschijnlijk nog nooit gehoord, maar bij Medellin gaat vast een belletje rinkelen. Colombia dus. En u begrijpt, we zijn bezig met mijn favoriete tijdverdrijf: vakantie. We zijn inmiddels anderhalve week in Colombia en hebben nog bijna twee weken te gaan.

Palmen in de buurt van Salento

Tot nu toe bevalt het land buitengewoon. U kunt zich de reacties voorstellen van familie en vrienden toen wij vertelden naar dit land te gaan. Maar wij hebben een buitengewoon relaxed gevoel hier, ook ’s avonds. Natuurlijk moet je, net als op de meeste andere plaatsen in deze wereld, wel een beetje opletten. Maar de mensen zijn buitengewoon vriendelijk en behulpzaam. Al is dat laatste vaak wel in het Spaans en dat is voor ons nog wel een opgave. We komen veel andere alleenreizende stellen en alleengaanden tegen, dus we voelen ons bepaald niet uitzonderlijk. Wat vooral aardig is; Colombianen zelf zijn op dit moment massaal op reis in eigen land. Het is ook voor hen vakantietijd, en na heel wat jaren van treurnis genieten zij zo te zien met volle teugen van de hernieuwde veiligheid.

Ik meet de toestand van een land wel eens af aan de manier waarop mensen in het verkeer met elkaar omgaan. Eerlijk gezegd had ik vooraf daarvan geen hoge verwachtingen, maar ik moet zeggen…het valt me mee. Met name voetgangers moeten het in veel landen ontgelden, maar het komt hier toch zeker wel een paar keer per dag voor dat auto’s inhouden als je wilt oversteken. Het klinkt misschien niet al te hoog gegrepen, maar vooralsnog is het ver boven het wereldgemiddelde. Ook in de bus, taxi, collectivos en de jeeps waarvan we gebruik maken krijg je niet elke minuut het gevoel dat je einde nabij is. Hoewel er wel opvallend veel aan willekeurige kant en in welke bocht ook wordt ingehaald. Enige echt opvallende is dat de grote hoeveelheid verkeersborden toch op zijn best als suggesties worden opgevat. En waarschijnlijk meer als decoratie worden gezien. Zo zijn er eindeloos veel borden te vinden die een maximumsnelheid van 30 of 40 km/u aangeven. Doorrijden met 80 of 100 km/u, zonder de minste neiging het rempedaal enigszins in te drukken, is echter zonder blikken of blozen de norm.

Transport…

Ook de grote hoeveelheid politie en controleposten bemand door fors bewapende militairen zijn voor ons als gemiddelde Nederlander wel wat ongewoon. Waarschijnlijk nog te wijten aan vroeger tijden. Tot nu toe werd een busje waarin wij zaten eenmaal aangehouden. We zagen al aan de blik van de agent dat er niets klopte van de administratie, maar we mochten toch binnen enkele tientallen seconden doorrijden. Zonder dat de nodige pesos van hand wisselden.

Het meest bijzondere landschap tot nu toe is de Tatacoa woestijn. Hoewel het eigenlijk geen woestijn mag heten omdat het er daarvoor veel te veel regent. Juist die regen zorgt voor een heel vreemd geërodeerd landschap, waar je (voor hoelang nog) gewoon doorheen mag wandelen:

Tatacoa Desert

Genoeg over Colombia, de mensen en de natuur hier. Wij gaan verder met onze reis, morgen naar Medellín. En daarna nog verder naar het noorden, tot aan de kust. We vrezen dat voor we het weten de vakantie alweer is. Maar ondertussen genieten we met volle teugen.