De magische voordeur

Mensen gebruiken privé tegenwoordig de meest uiteenlopende IT. Op een smartphone of tablet worden moeiteloos mooie vakantiereizen geboekt, in het café rekeningen gedeeld, maaltijden besteld, online tips gedeeld en wat al niet meer. Ook updates van apps worden zonder problemen geïnstalleerd en daarna gebruikt. Om maar niet te spreken over de digitale tv, sonos/jbl luidsprekers en het via een mobiel aansturen van verwarming en licht.

Maar dan. Dan wordt het maandagochtend en gaan diezelfde mensen naar hun werk. Ze lopen door de magische voordeur en dan… dan hangen ze de rest van de dag aan het functionele infuus. Op een of andere wijze worden de computervaardigheden bij de voordeur vakkundig gestript. Met twee digitale linkerhanden vervolgen zij daarna hun weg naar de werkplek. Key-users en functioneel beheerders in een bedrijf kunnen er van meepraten; de kleinste dingen zoals een onverwacht knopje op een scherm vormen opeens de grootste obstakels. Ik maak veel functioneel beheerders mee die met gemak tientallen procenten van hun tijd kwijt zijn aan dit soort eenvoudige support. Iedereen zegt dat het verhogen van de “zelfredzaamheid” van de gebruikers voor de toekomst een speerpunt is. Maar volgens mij is die toekomst allang begonnen.

En dan kom ik op mijn gedachte op een onverwacht koude zaterdagmiddag: Wanneer zullen we als functioneel beheerders in de situatie komen dat we gebruik gaan maken van de toch echt hoge computervaardigheden van veel mensen? Wat doen wij functioneel nog niet goed genoeg?

Ik denk in ieder geval dat een deel van de oplossing in de gebruikte systemen ligt. Sommige bedrijfssystemen zijn dusdanig droevig van opzet dat een beetje normaal mens de weg wel kwijt moet raken. Het lijkt soms wel boosaardige opzet. Maar bestaan toch zeker ook systemen die best goed functioneren. En dan denk ik stiekem wel eens; was er maar niet zoveel hulp beschikbaar. Want het is natuurlijk wel makkelijk, meteen kunnen bellen, mailen of Whatsappen om a-la-minute hulp te krijgen. Hoef je niet zelf de moeite te doen. Dat zou ervoor pleiten dat key-users en functioneel beheerders wat minder hulpvaardig zouden moeten zijn. En dat stuit me dan ook wel weer tegen de borst, want daar zijn ze nu juist onder andere ook voor. Wat is wijsheid? Of is het gewoon wachten tot de huidige tieners en twintigers massaal op de werkvloer verschijnen. Zij hebben structureel een veel minder grote hulpvraag, en zo zou het door de tijd eenvoudig worden opgelost. Zou het?

Enerverende tijden

Nogal wat mensen vinden dat we in een enerverende tijd leven. Een tijd van grote, snelle veranderingen. Met name computers, niet geheel toevallig het gebied waar ik mijn werk in vind, spelen daar een belangrijke rol in. En inderdaad, als je kijkt naar een eenvoudig filmpje over een computer in de jaren 70 dan valt op hoeveel er sindsdien is veranderd:

Als u nu denkt, 1970, wat was dat ook alweer voor jaar? Wel, in dat jaar was bijvoorbeeld de Boeing 747 al een vrij gewoon vliegtuig:

Computers zijn in de afgelopen tientallen jaren overal in doorgedrongen: in fabrieken en huiskamers, in tassen van scholieren en in heel, veel andere apparaten. Het eind is nog lang niet in zicht. Er zijn wel geluiden, en dat kan ik vanuit mijn vakgebied wel ondersteunen, dat de grootste veranderingen nog moeten komen.

Toch bekruipt me het gevoel dat de veranderingen van de afgelopen decennia toch echt niet de grootste zijn die ooit hebben plaatsgevonden. Zo was er ruim een eeuw geleden een tijdperk dat auto’s in het straatbeeld verschenen en de eerste vliegtuigen succesvol het luchtruim kozen. Of nog even langer geleden, de komst van elektriciteit voor praktische toepassing. Of, alweer een paar eeuwen geleden inmiddels, de komst van de stoommachine en daarmee ook grootschalige bedrijven en wereldwijde handel op een schaal die vele malen groter was dan daarvoor.

Het zet de tijd waarin we nu leven in perspectief. Wat voor verandering zou in de komende decennia bepalend kunnen zijn? Zelf vind ik AI, artificial intelligence, een grote kanshebber. Het jaagt veel mensen schrik aan, dat we over niet al te lange tijd waarschijnlijk apparaten hebben die “intelligenter” zijn dan wij. Maar is dat de eerste vorm van intelligentie die ons overstijgt? Op dit moment ligt onze kat heerlijk op een kussen naast mijn laptop te slapen. Waarschijnlijk denkend aan morgen, wanneer ik erop uit ga om nieuw geld te verdienen om kattenblikjes en brokjes te kopen. Dat op verzoek van meneer morgenmiddag tijdig in de bakjes wordt geserveerd. Een aai erbij? Wat meneer maar wil. En als ik zo die snoet eens zie, dan denk ik wel eens; wie is hier nu de slimste in huis?

Terug naar AI. Intelligentie op zichzelf is natuurlijk niet genoeg. Gecombineerd met een apparaat dat die intelligentie kan benutten zoals in een robot, kan het hard een onvoorspelbare kant op gaan. Zeker als de intelligentie zichzelf kan reproduceren en verbeteren. Sneller en beter dan een mens het kan. De wereld zal gewoon blijven draaien, daar ben ik wel van overtuigd. Maar de rol van de mens op die aarde wordt dan wel ongewis. Het is niet voor niets dat er echt, serieus voor wordt gewaarschuwd. Helaas blijkt uit het verleden dat alle technologie die de mens tot op heden heeft bedacht, hoe destructief ook, altijd is toegepast. Dat geeft niet veel hoop. Vooralsnog zie ik meer de positieve kant; als er “iets” komt dat beter is, waarom zouden we dat dan laten? Ik weet niet hoe het met u is, maar ik ben toch vooral nieuwsgierig naar de komende jaren.

De waarde van informatie

Deze week had ik een meeloop dag. Dat heb je als docent af en toe, dat je meeloopt met een andere docent in een cursus of workshop. Handig om snel te leren wat de bedoeling is als je in de toekomst zelf de cursus of workshop ook moet gaan geven. De inhoud was me maar al te vertrouwd. Ik werk al jaren in het vakgebied van wat ik maar simpel samenvat als “toepassing van IT”.

De hele dag ging het over informatiesystemen, informatievoorziening, informatie zus en informatie zo. Ik kreeg er een beetje de kriebels van. Wat ik al jaren geleden eens bedacht kwam deze dag weer boven: hoeveel waarde heeft informatie eigenlijk? Toentertijd kwam ik tot de conclusie; soms heel veel, soms heel weinig.

Een concreet voorbeeld. Ik loop het Isala binnen, strompelend en al. U kent het Isala niet? Dat is een fraai gebouwd ziekenhuis in Zwolle. Nu kennen ze me daar helemaal niet. Gelukkig. En stel dat zij via hun systemen totaal geen gegevens van mij kunnen vinden bij collega ziekenhuizen of waar dan ook. Toch moet ik natuurlijk wel worden onderzocht en wellicht behandeld.

Bij stom toeval strompelt tezamen met mij een andere man, zelfde leeftijd, zelfde lengte, afijn, u snapt het, naar binnen. Van deze man is alles bekend in het fraaie EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) dat het Isala heeft. En vervolgens komt de cruciale vraag; hoeveel beter zal het onderzoek en de behandeling voor die man gaan dan bij mij? Ik vermoed dat het vast wel wat efficiënter zal verlopen, omdat ze sommige onderzoeken kunnen overslaan. En wellicht dat ze sneller een diagnose kunnen stellen, als er toevallig iets aan de hand is wat te relateren is aan eerdere kwalen. Maar bij elkaar vraag ik me werkelijk af hoeveel waarde al die informatie in het EPD heeft, hoeveel beter de patiënten af zijn, het personeel, het ziekenhuis, de zorgverzekeraars…

Er wordt ook vaak gesteld dat het EPD zo geweldig is als iemand uit Groningen in Brabant in het ziekenhuis terecht komt. En dat is ook zo. Maar ik zou wel eens de cijfers willen zien van het aantal Groningers dat op jaarbasis in een Brabants ziekenhuis terecht komt. Ik vrees dat er meer eindigen in een ziekenhuis aan de Turkse kust of in een Oostenrijks ziekenhuis aan het eind van een skipiste. Of iets dergelijks. En die hebben toevallig nou net geen toegang tot het Nederlandse EPD.

Een ander voorbeeld. Ik koop af en toe bij Bol.com. Dat is onmiskenbaar een succesvolle winkel. Mede omdat ze heel wat gegevens van mij bijhouden en proberen mij op maat te bedienen. Maar ook hier vraag ik me af hoeveel ze mij nu extra verkopen dankzij al die data. Doorgaans, ik weet het natuurlijk niet precies van Bol.com, is de conversie bij webwinkels enkele procenten. Dat wil dus zeggen; van alle bezoekers gaan enkele procenten met artikelen de digitale deur uit, en de rest met lege handen. Ik vroeg het een tijdje geleden bij de fysieke boekwinkel hier in het dorp. Die komt, zonder al die informatie die Bol.com wel van mij heeft, moeiteloos aan een procent of 50, dus de helft van alle bezoekers doet een aankoop. Met andere woorden; Bol.com kan in de toekomst misschien wel een Terabyte aan informatie over mij hebben verzameld, ik vrees dat dan nog steeds de boekhandel om de hoek het op het gebied van conversie beter doet. Gek.

Vind ik dan dat informatie nooit veel waard is? Dat zeker ook niet. Bijvoorbeeld zou ik dolgraag weten wat de beurskoers van een bedrijf morgen is. Betrouwbare informatie over het werkelijk rendement van een warmtepomp is ook van harte welkom. En niet alleen de optimistische cijfers van de leverancier. Of de isolatiewaarde van divers materiaal waarmee je muren van huizen kunt isoleren. Of…

Al met al eindigde ik de dag met het besef dat je toch vooral kritisch moet denken. Want ook in de gezondheidszorg is informatie waardevol. Niet altijd, niet overal. Wat mij overigens eigenlijk het meest zorgen baart in de gezondheidszorg; informatie wordt al heel snel geassocieerd met administratie. En die zorg deel ik met ze. Te vaak leidt IT tot verzwaring van de administratieve last. En dat is precies wat IT zou moeten zien te voorkomen. IT moet mensen blij maken, de wereld een beetje mooier maken. En dat krijg je niet voor niets. Teveel alleen maar over informatie praten helpt in ieder geval niet. Een hele dag was wat mij betreft een beetje teveel van het goede. En zo reed ik aan het eind van de dag naar huis.

Nieuwe technologie en werkgelegenheid

Ik heb het hier al vaker geschreven; ik ben een techno-optimist. Ik geloof dus in de meerwaarde van technologie en ook dat die meerwaarde de negatieve gevolgen die technologie ook zeker kan hebben (en heeft) verre overstijgt.

Dit weekend las ik een boek met de titel “Alles wordt anders”. Het is een titel die mij de gordijnen in jaagt. Natuurlijk leven we in een tijd van verandering. Maar de komst van de eerste stoommachine, het eerste vliegtuig, elektriciteit, penicilline en zo kan ik nog wel even doorgaan, hebben de wereld ook behoorlijk opgeschud. Ik vind juist dat het in deze tijd soms opvallend langzaam gaat. Kijk maar eens naar een computer uit de jaren 80: een scherm, toetsenbord en een muis. En kijk eens waar nu nog steeds heel veel mensen mee werken… Zeker, je kunt met computers nu veel meer. Maar het valt me toch op dat het nog steeds draait om hardware, software en databases. Allemaal groter en mooier. Maar essentieel anders? Tja…

We staan echter zeker voor flinke veranderingen. De toepassing van technologie, en dan heb ik het hier over computertechnologie, begint langzamerhand maatschappelijk flink om zich heen te grijpen. In de financiële wereld zijn in Nederland alleen al de afgelopen jaren tienduizenden banen verdwenen. De verwachting is dat dit aantal in andere sectoren de komende jaren behoorlijk kan oplopen. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat als je werk bestaat uit achter een computer zitten en op een muis klikken, je baan over enige jaren niet meer bestaat.

Zoals gezegd kreeg ik de kriebels van de titel van het boek dat ik las. Maar de inhoud viel me reuze mee. Door schrijver Dik Bijl worden zeven nieuwe technologieën beschreven en uiteindelijk eindigt het boek met een weergave van de mogelijke gevolgen. De schrijver geeft tot slot een aardige oplossing. Deze wordt wel vaker geschetst en is daarom niet erg origineel: als het werk verdwijnt, dan moet iedereen maar een basisinkomen krijgen.

Zelf weet ik niet of een basisinkomen wel de oplossing is. Ik heb eigenlijk een andere gedachte over het fenomeen dat computers een flink deel van het huidige werk zullen overnemen. Waarbij het heel onzeker is of er ander werk voor in de plaats komt. In de 19e eeuw werkten mensen namelijk veel meer uren dan vandaag de dag. En ze waren naar hedendaagse maatstaven merendeels straatarm. Op dit moment werken we gemiddeld zo’n 30-40 uur en zijn veel rijker, leven langer en zijn gezonder. Wat dus te doen met technologie die ons in de toekomst nog meer werk uit handen neemt? Alleen maar toejuichen zou ik zeggen. En het werk dat overblijft, wat helemaal niet door computers gedaan kan worden, ook in de toekomst niet, netjes verdelen. Werken we misschien nog maar 10 uur in de week. En hopelijk, de lijn doortrekkend van het verleden naar de toekomst, zijn we dan nog rijker. En gezonder. En wie weet hoe lang we dan leven. Ik vind het geen gekke gedachte en zeker niet beangstigend. Deze toekomst mag van mij morgen beginnen.

MCTL – Basisboek

Het gaat rap; mijn tweede boek is deze week ook verschenen.

Een boek over MCTL, een framework op mijn vakgebied. MCTL staat voor Managing Computer Technology Library. Centraal staan de vragen: “Hoe haalt u uit IT wat erin zit? en “Hoe zorgt u voor een blijvend optimale inzet van IT in uw eigen bedrijf?”. Het is een onderwerp dat mij al jaren mateloos interesseert. Er wordt natuurlijk (gelukkig!) al veel gedaan met IT, of hoe ik het liever noem: computertechnologie.

Computers zie je tegenwoordig op heel veel plaatsen. Maar gaat het altijd goed? Doorgaans zijn moeiteloos heel veel verbeteringen te noemen. Waarom gebeurt dat dan niet meteen? MCTL is de afgelopen jaren ontstaan en biedt een gestructureerde aanpak. Met als resultaat: een optimale inzet van computertechnologie. Er wordt uit deze technologie gehaald, wat erin zit. En natuurlijk worden ook alle ontwikkelingen nauwlettend gevolgd en waar mogelijk toegepast.

Klinkt te mooi om waar te zijn? Ach, er zal altijd wel wat te wensen overblijven, ook bij het gebruik van MCTL. Dat dit framework kan helpen, daar ben ik wel van overtuigd. Ik hoop dat u er ook wat aan heeft.

Snel, sneller, snelst

De wereld verandert steeds sneller. Zeggen we. Denken we. Ook in het bedrijfsleven is de focus vooral gericht op de verdiensten van vandaag, morgen of de komende paar maanden. Ik ben zelf wat meer van de langere termijn. Ik vind het interessant om vandaag en morgen zinvolle dingen te doen, maar ook na te denken over volgend jaar en de komende jaren. Dat is op dit moment geen populair onderwerp.

Onlangs viel mijn oog op onderstaande brief. Dit is een brief van Larry Fink, de CEO van BlackRock. BlackRock is het grootste investeringsfonds ter wereld, en toch bepaald niet vies van winst op de korte termijn. Maar in deze brief wordt het belang van de lange termijn bij veel bedrijven waarin BlackRock een belang heeft onder de aandacht gebracht. Wie weet kan het ook u inspireren om niet alleen steeds sneller achter de korte-termijn veranderingen aan te rennen, maar juist eens de rust te nemen voor de lange termijn. U heeft er letterlijk de tijd voor, echt.

————–

Over the past several years, I have written to the CEOs of leading companies urging resistance to the powerful forces of short-termism afflicting corporate behaviour. Reducing these pressures and working instead to invest in long-term growth remains an issue of paramount importance for BlackRock’s clients, most of whom are saving for retirement and other long-term goals, as well as for the entire global economy.

While we’ve heard strong support from corporate leaders for taking such a long-term view, many companies continue to engage in practices that may undermine their ability to invest for the future. Dividends paid out by S&P 500 companies in 2015 amounted to the highest proportion of their earnings since 2009. As of the end of the third quarter of 2015, buybacks were up 27% over 12 months. We certainly support returning excess cash to shareholders, but not at the expense of value-creating investment. We continue to urge companies to adopt balanced capital plans, appropriate for their respective industries, that support strategies for long-term growth.

We also believe that companies have an obligation to be open and transparent about their growth plans so that shareholders can evaluate them and companies’ progress in executing on those plans.

We are asking that every CEO lay out for shareholders each year a strategic framework for long-term value creation. Additionally, because boards have a critical role to play in strategic planning, we believe CEOs should explicitly affirm that their boards have reviewed those plans. BlackRock’s corporate governance team, in their engagement with companies, will be looking for this framework and board review.

Annual shareholder letters and other communications to shareholders are too often backwards-looking and don’t do enough to articulate management’s vision and plans for the future. This perspective on the future, however, is what investors and all stakeholders truly need, including, for example, how the company is navigating the competitive landscape, how it is innovating, how it is adapting to technological disruption or geopolitical events, where it is investing and how it is developing its talent. As part of this effort, companies should work to develop financial metrics, suitable for each company and industry, that support a framework for long-term growth. Components of long-term compensation should be linked to these metrics.

We recognise that companies operate in fluid environments and face a challenging mix of external dynamics. Given the right context, long-term shareholders will understand, and even expect, that you will need to pivot in response to the changing environments you are navigating. But one reason for investors’ short-term horizons is that companies have not sufficiently educated them about the ecosystems they are operating in, what their competitive threats are and how technology and other innovations are impacting their businesses.

Without clearly articulated plans, companies risk losing the faith of long-term investors. Companies also expose themselves to the pressures of investors focused on maximizing near-term profit at the expense of long-term value. Indeed, some short-term investors (and analysts) offer more compelling visions for companies than the companies themselves, allowing these perspectives to fill the void and build support for potentially destabilizing actions.

Those activists who focus on long-term value creation sometimes do offer better strategies than management. In those cases, BlackRock’s corporate governance team will support activist plans. During the 2015 proxy season, in the 18 largest U.S. proxy contests (as measured by market cap), BlackRock voted with activists 39% of the time.

Nonetheless, we believe that companies are usually better served when ideas for value creation are part of an overall framework developed and driven by the company, rather than forced upon them in a proxy fight. With a better understanding of your long-term strategy, the process by which it is determined, and the external factors affecting your business, shareholders can put your annual financial results in the proper context.

Over time, as companies do a better job laying out their long-term growth frameworks, the need diminishes for quarterly EPS guidance, and we would urge companies to move away from providing it. Today’s culture of quarterly earnings hysteria is totally contrary to the long-term approach we need. To be clear, we do believe companies should still report quarterly results — “long-termism” should not be a substitute for transparency — but CEOs should be more focused in these reports on demonstrating progress against their strategic plans than a one-penny deviation from their EPS targets or analyst consensus estimates.

With clearly communicated and understood long-term plans in place, quarterly earnings reports would be transformed from an instrument of incessant short-termism into a building block of long-term behaviour. They would serve as a useful “electrocardiogram” for companies, providing information on how companies are performing against the “baseline EKG” of their long-term plan for value creation.

We also are proposing that companies explicitly affirm to shareholders that their boards have reviewed their strategic plans. This review should be a rigorous process that provides the board the necessary context and allows for a robust debate. Boards have an obligation to review, understand, discuss and challenge a company’s strategy.

Generating sustainable returns over time requires a sharper focus not only on governance, but also on environmental and social factors facing companies today. These issues offer both risks and opportunities, but for too long, companies have not considered them core to their business — even when the world’s political leaders are increasingly focused on them, as demonstrated by the Paris Climate Accord. Over the long-term, environmental, social and governance (ESG) issues — ranging from climate change to diversity to board effectiveness — have real and quantifiable financial impacts.

At companies where ESG issues are handled well, they are often a signal of operational excellence. BlackRock has been undertaking a multi-year effort to integrate ESG considerations into our investment processes, and we expect companies to have strategies to manage these issues. Recent action from the U.S. Department of Labour makes clear that pension fund fiduciaries can include ESG factors in their decision making as well. We recognise that the culture of short-term results is not something that can be solved by CEOs and their boards alone. Investors, the media and public officials all have a role to play. In Washington (and other capitals), long-term is often defined as simply the next election cycle, an attitude that is eroding the economic foundations of our country.

Public officials must adopt policies that will support long-term value creation. Companies, for their part, must recognise that while advocating for more infrastructure or comprehensive tax reform may not bear fruit in the next quarter or two, the absence of effective long-term policies in these areas undermines the economic ecosystem in which companies function — and with it, their chances for long-term growth.

We note two areas, in particular, where policymakers taking a longer-term perspective could help support the growth of companies and the entire economy:

• First, tax policy too often lacks proper incentives for long-term behaviour. With capital gains, for example, one year shouldn’t qualify as a long-term holding period. As I wrote last year, we need a capital gains regime that rewards long-term investment — with long-term treatment only after three years, and a decreasing tax rate for each year of ownership beyond that (potentially dropping to zero after 10 years).

• Second, chronic underinvestment in infrastructure in the U.S. — from roads to sewers to the power grid — will not only cost businesses and consumers $1.8 trillion over the next five years, but clearly represents a threat to the ability of companies to grow. At a time of massive global inequality, investment in infrastructure — and all its benefits, including job creation — is also critical for growth in most emerging markets around the world. Companies and investors must advocate for action to fill the gaping chasm between our massive infrastructure needs and squeezed government funding, including strategies for developing private-sector financing mechanisms.

Over the past few years, we’ve seen more and more discussion around how to foster a long-term mindset. While these discussions are encouraging, we will only achieve our goal by changing practices and policies, and CEOs of America’s leading companies have a vital role to play in that debate.

Corporate leaders have historically been a source of optimism about the future of our economy. At a time when there is so much anxiety and uncertainty in the capital markets, in our political discourse and across our society more broadly, it is critical that investors in particular hear a forward-looking vision about your own company’s prospects and the public policy you need to achieve consistent, sustainable growth. The solutions to these challenges are in our hands, and I ask that you join me in helping to answer them.

Sincerely,

Laurence D. Fink

——————-

Mijn eerste boek!

Na een half jaar zoeken naar de juiste en de juiste plaats van woorden, punten en komma’s, is hij er dan. Mijn eerste boek:

Een serieus onderwerp; veranderen, verpakt in een aardige verhaalvorm; de dialoog. Na een jaar of dertig heb ik mijn schrijverschap weer opgepakt, en met plezier. Het onderwerp van het boek; hoe kun je nu als organisatie eenvoudig(er) meebewegen met de dynamische buitenwereld, ligt me nauw aan het hart. Ik kom elk jaar bij talloze organisaties over de vloer en veranderen is altijd een thema. Zeker als je dan ook nog mijn vakgebied, IT en toepassing van IT, erbij betrekt.

Eigenlijk is het wel gek. Want je kunt toch mensen en organisaties niet harder straffen dan door altijd alles hetzelfde te laten. Je zou doodgaan van saaiheid. Maar veranderen aan de andere kant… tja. Zolang het anderen betreft vindt iedereen het prima. Komt het dichtbij; in de eigen organisatie of nog erger, in het eigen werk, dan ziet het er opeens minder rooskleurig uit.

De crux van het verhaal is dat je moet stoppen met dingen die niet lukken. Zoals bijvoorbeeld veranderen. Als dat niet lukt…waarom zou je het dan elke keer weer toch proberen? Maar ja, stilstaan is natuurlijk ook geen optie. Wat dan? Daarvoor moeten we een uitstapje maken naar de wereld van de startups. Daar wordt met veel positieve energie een product of dienst gecreëerd dat past bij de wispelturige klant. Hoe komt het nu dat zij dat eenvoudiger kunnen realiseren dan een bestaand bedrijf? Juist! Ze hoeven niet te veranderen, ze beginnen immers bij nul. En juist dat is de crux; veranderen is moeilijk, vanaf nul starten veel minder.

Nu kun je met een bestaande organisatie natuurlijk niet zomaar je bestaande klanten, producten en diensten overboord gooien. Tenminste, het zou wel kunnen, maar dan gooi je ook wel heel veel nuttige onderdelen weg. Dus; hoe kun je in een bestaande organisatie toch de positieve elementen van het werken als startup adopteren? Daarover gaat Rolling Thunder. Een titel trouwens die niet zomaar is gekozen. In het boek wordt uitgewerkt hoe je via een rollende donder die constant door het bedrijf heen rolt jezelf stapsgewijs kunt vernieuwen. En voor de rest moet u het boek maar lezen. Schaamteloos aanbevolen!

ISBN 9789461262325. Te koop bij managementboek.nl, bol.com en al die andere verkooppunten op internet. Natuurlijk ook bij de boekhandel op de hoek te bestellen.

Techno optimist

Ik ben een techno optimist. Dat betekent dat ik geloof dat technologie, met alle plussen en minnen, uiteindelijk voor de mensheid meer voordelen biedt dan nadelen. Actueel is op dit moment vooral de digitale revolutie, die overigens al decennia aan de gang is maar nu pas tot zijn volle wasdom begint te komen.

Een van degenen die techno optimisme naar mijn idee bijzonder fraai onder woorden kan brengen is Erik Brynjolfsson en ik nodig u uit zijn TED Talk te bekijken:

Werkvakantie Thailand

In korte broek wandel ik zo, net als de afgelopen twee weken, naar het strand. Dertig graden en zon. Thailand. Voor de vijfde keer inmiddels combineer ik heerlijk weer met een nuttige klus. Een boek schrijven dit keer. Op het strand klap ik mijn laptop open en terwijl een onafzienbare rij verkopers van fruit, toiletrollen, zonnebrillen, fruitschalen en wat al niet in de loop van de dag voorbij trekt typ ik woord voor woord mijn hoofd leeg. Heerlijk. Niet gestoord door andere dingen, geen internet met name, maar focus. Focus die thuis wel eens een beetje ontbreekt.

20140104_110233Ik voel me hier inmiddels helemaal thuis. Het eten, het afdingen, het veilig de straat oversteken, het heeft voor mij geen geheimen meer. En als u denkt, de straat oversteken, wat kan daar nu moeilijk aan zijn? Wel, er zijn hier inderdaad zebrapaden. Soms zelfs met verkeerslichten. Tot mijn stomme verbazing zag ik eens een verkeerslicht wat zowaar werkte.  Het licht sprong op groen en zonder verder te kijken staken enkele toeristen over. Op dat moment sta ik hoofdschuddend te kijken. Dat is soort gedrag is namelijk het recept om wel heel snel in het ziekenhuis terecht te komen. Je ziet hier niet voor niets toeristen met een bruine huid en erg wit gips.

Zo meteen ga ik weer. Nog drie dagen. Heerlijk.

De waarde van kennis

Ik geef met regelmaat cursussen. Over modellen die vooral betrekking hebben op het gebied IT-business. Ik vat het voor het gemak meestal maar samen als: “De toepassing van computertechnologie”. En nogal eens verzucht iemand tijdens een cursus: “Ja maar…dat is dan wel de theorie.” Met een toon die verraad dat theorie niet erg hoog wordt aangeslagen. En dat is jammer. Want volgens mij moet je eerst “iets weten” om vervolgens “iets te kunnen”. Ik wil daarom, naast de waardering die ik heb voor praktijkervaring, toch met kracht de zin van theoretische kennis ondersteunen. En daarover gaat het hieronder verder. In een praktische aanpak, dat dan weer wel 🙂

Zeker in de tegenwoordige tijd gaan ontwikkelingen snel. Tenminste, dat lijkt zo. Maar als je kijkt naar de onderliggende ideeën, de theorie, dan gaat het helemaal niet zo snel. Dan is bijvoorbeeld Airbnb helemaal geen verbazingwekkende vernieuwing. Maar wel een slimme, aantrekkelijke manier om vraag en (latent) aanbod samen te brengen. Of Uber. Dat lijkt dan toch opeens sprekend op Airbnb, alleen in een ander gebied. Kijk vervolgens eens naar Marktplaats of eBay, die dat al eerder en succesvol deden in andere gebieden. Alle soorten intermediairdiensten kunnen inderdaad via computertechnologie op een andere manier worden vormgegeven. En daarom is het ook goed dat banken, verzekeringsmaatschappijen of bijvoorbeeld notarissen eens heel goed naar hun huidige en toekomstige rol kijken.

Met te weinig kennis, en in dit geval te weinig kennis van bijv. commercie of computertechnologie, heb je in bovengeschetst voorbeeld al snel het gevoel dat elke dag met je op de loop gaat. Veranderingen buitelen over elkaar heen. Het hebben van voldoende kennis van iets geeft mij in ieder geval een veel zekerder gevoel dat je grip op de ontwikkelingen kunt hebben. Als individu en ook zakelijk. Jammer genoeg kun je tegenwoordig niet overal meer heel diepgravende kennis van hebben, dan had je toch echt in de Middeleeuwen of eerder moeten leven. Maar van bepaalde gebieden, voor je werk, of van de wereld, voor je privé-ontwikkeling, is dat toch zeker een aanrader.

Met voldoende kennis kun je iets wat je (nog niet) herkent al snel en plek geven. Om er vervolgens al dan niet iets mee te doen. Want daar hebben de meer praktisch ingestelde mensen zeker een punt; je moet niet in de theorie blijven hangen. Zeker in het gebied waarin ik werkzaam ben, het vlak tussen IT en business, krijgt theorie pas echte waarde als op basis van die theorie een praktische toepassing is gecreëerd. Die focus hebben gelukkig de meeste mensen wel, ook de meer theoretisch aangelegde.