Exponentiele ontwikkelingen

Exponentiele ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die, zoals de term al zegt, exponentieel groeien. Een bekend voorbeeld hiervan is het verhaal waarin een man als dank mag aangeven wat voor beloning hij wil. Daarop zegt hij tegen de vorst: ik wil een schaakbord met op de eerste vlak 1 rijstkorrel, op de tweede 2, op de derde 4, en zo elke keer een verdubbeling. De vorst lacht er eerst smakelijk om, maar uiteindelijk blijkt dat er een immense rijstberg moet komen om het 64e vlak te vullen. Het is een effect dat blijft fascineren.

Maar wat zijn eigenlijk de gevolgen van exponentiele groei? Die zijn positief, maar ook negatief. Op internet heet het ook wel het “netwerk effect” of  “the winner takes it all”; het is op internet veel makkelijker om van 500 miljoen naar 1 miljard gebruikers te gaan dan van 1 naar 10 miljoen. Hier is meteen de schaduwzijde van exponentiele groei te zien: het verdrukt al het andere. Het is precies de reden waarom Facebook, Google, Amazon en dergelijke zo groot zijn geworden en maar nauwelijks van hun troon zijn te stoten. En vergeet in Nederland Bol.com en Booking.com niet. Ook zij proberen een dominante positie op internet te behouden en ook daar zie je hoe moeilijk het is deze partijen te verslaan. Probeer zelf maar eens een boekwinkel of boekingssite te beginnen…

Onoplosbaar? Dat valt ook wel weer mee. Uiteindelijk zakt elk bedrijf door zijn eigen hoeven. Het kan lang duren, maar ook in de Middeleeuwen bestonden bijvoorbeeld banken die heel groot en dominant waren. Je hoort er niet veel meer van. En op IT-gebied waren IBM, en daarna Microsoft, nog niet zo lang geleden ook heel dominante spelers. Precies zo zal het de huidige Facebook’s van deze wereld ook vergaan. Overigens is daarbij het grootste gevaar voor bijvoorbeeld Facebook niet dat er een nieuwe Facebook zal ontstaan. Het grootste gevaar is dat ze gewoon niet meer relevant zijn.

Al met al moeten we natuurlijk ook een beetje naar onszelf kijken; het is niet dat Facebook en soortgenoten de machtsdominantie opeisen. Wij zijn het, die ze het gunnen. En zo zullen wij het ook zijn die het ze weer afnemen. Ik vrees wel dat er dan gewoon weer een nieuwe partij komt waar hetzelfde zal gaan gebeuren.

Informatievoorziening. Meer is beter?

In de wereld van de IT wordt veel gesproken over informatievoorziening, informatiesystemen, informatieservices. Alles wat maar begint met “informatie”. En zeker, computers zijn heel goed in het opslaan, verwerken en ter beschikking stellen van data. Of het altijd informatief is is een tweede, maar daar gaat het hier nu even niet om.

Als ik kijk naar de praktijk dan is er een uitdijende behoefte aan informatie. Maar helaas is het toch wel zo dat:

  1. informatie leidt tot administratie
  2. meer informatie leidt dus tot meer…

En dat is helaas ook goed te zien. In de zorg wordt inmiddels heel veel tijd besteed administratieve werkzaamheden. De computer krijgt de schuld. Nu is dat natuurlijk niet fair, want de computer wil die administratie niet, de computer is slechts het werktuig. De organisatie, of de buitenwereld (ministerie, inspectie, zorgverzekeraars), wil steeds meer informatie. Tja…

Het leidt tot een steeds groter administratief waterhoofd bovenop waar het eigenlijk om gaat in die wereld; het verlenen van zorg. Dat is spijtig. Bovendien gaat het geheel gebukt onder wat wel bekend staat als de nutscurve: de eerste nuts (u weet wel, die reep) is lekker. De tweede is al iets minder lekker. En bij de tiende nuts zult u zeggen; laat maar zitten. Zo is het met data ook; de meerwaarde van data neemt af met de hoeveelheid en gedetailleerdheid. 

Stevenen we af op een ramp? Toch niet. Computers zijn heel erg goed in het verwerken van grote hoeveelheden data. Dat betekent dat we vooral computers moeten inzetten bij het verzamelen en verwerken van data. En dat wij als mensen pas aan het eind in beeld komen; als er zinvolle informatie tot stand is gekomen.

Hoe ziet dat er dan concreet uit? Wel, om ons heen is het al lang aan de gang. In plaats van met de hand gegevens in een systeem in te voeren zijn er steeds meer sensoren die iets registreren. Het levert een enorme golf ruwe gegevens op, die merendeels niet nuttig zijn. Gelukkig hoeven we ook dat niet met de hand te doen: computers kunnen heel goed data beoordelen en een schifting maken tussen nuttig en niet nuttig. Moeten we natuurlijk wel in de gaten houden, maar de computer doet het werk. En helemaal aan het eind komen wij mensen pas aan de beurt. Hopelijk precies op de momenten dat het nodig is kunnen wij actie ondernemen. Of zien dat alles gewoon goed gaat en we op ons handen kunnen blijven zitten.

Als we dus de komende jaren eens goed door de zure appel heen bijten, en systemen gaan bouwen die minder menselijke actie voor de invoer en verwerking vereisen, dan komt dit vast wel goed. Ik heb er alle vertrouwen in.

Leren van medecursisten

Ik geef met regelmaat cursussen, workshops en masterclasses. En tegenwoordig is nogal eens de vraag: ja maar, hoe zit het met de interactie met medecursisten? Hoe kunnen ze onderling van elkaar leren? En zeker, als je toevallig medecursisten hebt met de nodige ervaring, dan is daar veel van te leren. Maar soms zijn de verwachtingen op dit gebied wel heel hoog gespannen.

Het komt mij af en toe over als in een wachtkamer bij een dokter. De dokter komt binnenlopen en zegt: “nou, jullie hebben met elkaar vast heel veel kennis van en ervaring met allerlei ziektes. Dus daar komen jullie vast onderling wel uit. Succes!”. Vervolgens gaat zij met man en kinderen genieten van de rest van de dag. Ik denk dat u ook vindt dat dat toch niet de bedoeling is. De dokter is de expert. Natuurlijk, de medepatiënten in de wachtkamer kunnen best eens iets nuttigs ter sprake brengen. Maar laten we de rol van de dokter, als expert op theoretisch en praktisch terrein, niet vergeten.

Zo zie ik mijn rol ook. Als ik als docent in een lokaal rondloop dan vind ik het mijn rol bepaalde expertise, theoretisch en praktisch, te delen. Dat de cursisten de ruimte krijgen om hun kennis en ervaring ook voor het voetlicht te brengen vind ik vanzelfsprekend. Maar de rol van een docent is bepaald niet alleen die van een soort van “procesbegeleider” of iets dergelijks. Dat zou immers een grote onderbenutting zijn van wat je van een docent mag verwachten.

 

Als je blijft doen wat je altijd hebt gedaan, blijf je krijgen wat je altijd hebt gekregen

Deze week kwam ik het op LinkedIn weer tegen. Deze, inmiddels ietwat belegen, uitspraak:

“Als je blijft doen wat je altijd hebt gedaan, blijf je krijgen wat je altijd hebt gekregen”

Mijn aloude kriebel speelde weer op: ‘Is dat nu wel zo’? En al snel wist ik twee situaties te verzinnen waarin deze uitspraak in ieder geval niet opgaat:

  1. Ik woon in een landelijk gebied met boeren en landbouwers. Naast weilanden vol met tevreden herkauwende koeien zijn er dus ook genoeg velden vol met opgroeiende aardappelen en mais te vinden. Maar als je jaar in jaar uit op hetzelfde veld aardappelen verbouwt, dan zal je na enige jaren zeker niet meer krijgen wat je de eerste jaren hebt gekregen.
  2. Een schrijver schrijft jaar in jaar uit boeken. Elke keer een ander thema, maar wel in dezelfde stijl, zelfde omvang….en elk jaar met hetzelfde magere resultaat. Tot in het elfde jaar…een boek een bestseller wordt. En de schrijver vraagt zich af; ben ik nu gek?

Met andere woorden, als je hetzelfde blijft doen, dan hoeft het resultaat helemaal niet hetzelfde te zijn. Dat hangt uiteindelijk ook af van de andere factoren die dat resultaat beïnvloeden. Toch gebruik ik de uitdrukking zelf ook wel eens. Om aan te geven dat er soms echt iets anders moet. Omdat je een ander resultaat wilt. En als zo’n uitspraak dan helpt om mensen de ogen te openen…

Stilstaan is verdwijnen

Ik las een artikeltje dat mij behoorlijk tegen de haren instreek. Het ging over de noodzaak voor bedrijven om verder en sneller te digitaliseren.

Laat ik met een positief onderdeel uit het artikel beginnen. Er wordt op gewezen dat bedrijven die inmiddels al een jaar of 20 bezig zijn met technologie, nog steeds geen voorsprong hoeven te hebben. Dat is waar. Er zijn genoeg bedrijven die erg achteroverleunen en daardoor de kans lopen links en rechts te worden ingehaald. Dat is altijd zo geweest, en zal in de toekomst niet anders zijn. Op dit moment moet je inderdaad computertechnologie zeker in de gaten houden (maar niet als enige, denk ook eens aan de ontwikkelingen op biologisch gebied, in de gezondheidszorg).

Verder moet ik eerlijk zeggen dat ik langzamerhand wel een beetje kriegelig wordt van dit soort artikelen. Ten eerste is er een sterk onderscheid te maken tussen digitalisering (het in digitale vorm gieten van iets, zoals bijvoorbeeld een factuur) en automatisering (het vervangen van menselijk handelen door machines). Digitalisering op zichzelf geeft in de praktijk nauwelijks tot geen winst. Automatisering wel. Die twee totaal verschillende termen worden vaak op een hoop gegooid met als resultaat: geen focus.

Verder komen altijd dezelfde namen: Facebook, Google, AirBvB etc. voorbij. Natuurlijk zijn dat grote successen. Maar hoeveel werkgelegenheid brengen al die bedrijven samen in de wereld voort? Dat stelt helemaal, maar dan ook helemaal niets voor. En ze zijn ook alleen heel sterk op een heel specifiek segment; digitale producten en diensten. Stel dat Google zou willen concurreren met Nederlandse banketbakkers. Dus Google gaat lekkere taarten maken en bezorgen. Dan wordt het een heel ander verhaal. Of Google gaat fietsbanden plakken. Of Google gaat huizen metselen. Of aardappelen verbouwen. Met andere woorden, in de fysieke wereld, de wereld waarin wij leven en die van het allergrootste belang is, hebben die bedrijven helemaal geen rol. Ja, natuurlijk kun je iets digitaals toevoegen aan fysieke producten, of je kunt iets doen aan marketing of het afhandelen van de betaling. Spannend. Maar de kern, het fysieke product zelf? Ik zie het niet. En laten we dat niet vergeten.

Tot slot, om over na te denken: Stel dat een bedrijf al een dikke 20 jaar bestaat. Dan wordt al snel gezegd: dat bedrijf zit in de gevarenzone. Ik denk meteen aan Google (opgericht 1997). Of, nog veel erger, een bedrijf bestaat inmiddels een dikke 40 jaar. Ten dode opgeschreven natuurlijk, zo’n bedrijf. Ik denk aan Apple (opgericht in 1976).

Let wel, ik ben een techno-optimist. Ik geloof in computertechnologie en de zegeningen ervan. Maar die technologie draait ons niet dol. Dat zijn de mensen die elke keer weer spookverhalen ophangen over de effecten van computertechnologie.

De informatiegestuurde politie

Een term die her en der steeds meer opduikt is “De informatiegestuurde…” gevolgd door een vakgebied of beroep. Zo viel mij een tijdje geleden de term “De informatiegestuurde politie” op. Ik dacht er eens over na. Want informatie kan natuurlijk veel betekenen in de opsporing van boeven. Door de juiste politieinzet op de juiste plaatsen. Of door de auto’s met verdachte kentekens wat meer in de smiezen te houden. Het leidt vast tot een optimalisatie van de politieinzet.

Maar mijn gedachten dwaalden af naar de concrete uitwerking ervan. Als je dit concretiseert is er immers een computersysteem dat aan de hand van data en indicatoren aangeeft wat een agent of rechercheur al dan niet moet doen. Dat woordje “sturing” ging me dus in mijn gedachten een beetje dwars zitten. Want op die manier wordt een agent een verlengstuk van de computer. En is dat nu wat wij willen? Je zou toch zeggen dat een agent ook op basis van eigen expertise en vakmanschap moet kunnen handelen. Maar ja…dan komt er vrees ik vast spoedig een onderzoek uit de kast rollen waarin glashard wordt aangetoond dat een computer betere analyses kan maken dan een agent. Dus afwijken van de “vrijblijvende” sturing door de computer leidt tot…slechtere resultaten. En dan zitten we in een spagaat: voor de organisatie is het wellicht wenselijk dat agenten precies de informatie en sturing uit de computer volgen, maar menselijkerwijs heb ik toch zo mijn bedenkingen.

Het is overigens een aloud probleem. Al heel vroeger was een bekende uitspraak “Computer says no”:

Ook in de gezondheidszorg wordt steeds meer computertechnologie ingezet die artsen ondersteunt met onderzoek en behandelplannen. En ook daar speelt dezelfde discussie: stel dat de computer op basis van alle gegevens tot een bepaalde conclusie komt, en een bepaalde behandeling voorschrijft, in hoeverre kan een arts daar dan vanaf wijken?

Of, tot slot, een praktijkvoorbeeld bij de overheid. Enige tijd geleden sprak ik een medewerker van een gemeente. Hij vond het stiekem best lekker als bij de aanvraag voor bijzondere bijstand “het systeem” de beslissing nam. Dan hoefde hij geen nee meer te verkopen. Maar of dat nu de situatie is die wij met zijn allen willen, blijft toch de vraag. Ik ben er niet uit moet ik eerlijk zeggen. Want ik ben ervan overtuigd dat computers op sommig gebied betere beslissingen kunnen nemen dan mensen. Maar ja, dan kom je dus meteen in de situatie waarin je je als mens naar de computer moet schikken. En tja…juist dat voelt dan toch niet goed.

Coachen met varkens

Ik woon alweer jaren in landelijk Oost-Nederland, maar kom oorspronkelijk uit de Randstad. Ik kende Oost-Nederland al wel een beetje van vakanties uit mijn jeugd. Daarna kwam ik hier zakelijk voor heisessies die in dit soort gebieden worden gehouden. Om een broodnodige strategie te ontwikkelen, herijken of wat al niet meer.

Nog steeds is dit gebied zakelijk goed op dreef. De laatste jaren is coaching populair. Dat schijnt beter te verlopen in lucht van het platteland. Die vaak fris is, maar in het voorjaar, als de mest wordt uitgereden, mij toch wat minder aantrekkelijk overkomt. Coaching gaat als ik het allemaal goed heb begrepen om mensen, maar in deze regio wordt nogal eens teruggegrepen op dieren. Zo is het onder meer mogelijk om te coachen met paarden. Of je dan de paarden moet coachen, je beter leert coachen door met paarden bezig te zijn, die paarden jou gaan coachen of nog iets totaal anders… Het was mij na een hele middag nog niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk werd is dat de met stip meest onaangename persoon in ons gezelschap de beste prestatie leverde. Deze kleine Mussolini had binnen no-time de paarden in het gareel en dat scheen de bedoeling te zijn.

Een andere vorm van coaching die in deze omgeving wordt aangeboden is de Sheepdog Experience. Je leert dan coachen aan de hand van een kudde schapen inclusief bijbehorende honden. Ik ben er maar niet aan begonnen gezien de eerdere ervaring met de paarden. Het schijnt dat schapen je een spiegel voorhouden.

De meest bijzondere vorm tot nu toe vind ik “Coachen met varkens”. We kwamen het tegen op een bord toen we hier in de buurt met de fiets op pad waren. Nu zult u misschien zeggen; coachen met varkens, dat doe ik dagelijks al op mijn werk. Maar ik moet zeggen dat de twee coaches bijzonder relaxed in de zonovergoten modder op nieuwe klandizie lagen te wachten:

De coaches komen informeren wat ze voor ons kunnen betekenen…

Toen ik later nog wat onderzoek deed begreep ik dat op dezelfde locatie ook coachen met geiten, een pony, ezel of honden mogelijk is. En zelfs met cavia’s. Pick your choice…

Mocht het met het coachen uiteindelijk toch niet zo goed uitpakken, dan kan ik het volgende aanbevelen. Mocht u eens in Oost Nederland zijn, kijk dan afwisselend in het landschap naar links en dan weer naar rechts. En dwaal er vervolgens uren in rond. Misschien is het voor het werk niet zo heel zinvol, maar het geeft vast een goed gevoel. En dat is ook wat waard.

Productontwikkeling in een digitale wereld

Nieuw boek!

Het is zover, er is (weer) een nieuw boek verschenen:

Misschien wel degene waar ik tot nu toe het meest trots op ben. Mijn eerste boek, Rolling Thunder, had een leuk onderwerp maar was voor mij vooral een test om te kijken hoe dat zou gaan, een boek schrijven. De boekenreeks die ik maak rondom MCTL is feitelijk een afgeleide van alles wat op internet verschijnt rondom dit framework. Het boek was zojuist is gepubliceerd; “Productontwikkeling in een digitale wereld” heeft een onderwerp dat me het meest na aan het hart ligt.

Het boek gaat namelijk over computertechnologie: eruit halen wat erin zit. In de afgelopen tientallen jaren is er vooral hard gewerkt om IT draaiend te krijgen. De komende tijd wordt veel spannender: door nog eens goed over computertechnologie na te denken kunnen nieuwe producten en diensten worden gecreëerd. Kijk maar op internet, daar is dat al gaande. Of bestaande producten en diensten worden verbeterd, zoals bijv. Tesla doet met een auto die (al een beetje) zelf kan rijden. Er zijn talloze mogelijkheden te bedenken en dit boek is daarvoor een inspiratiebron. Het biedt daarnaast ook houvast; je kunt immers in het wildeweg acties gaan uitvoeren, maar hoe weet je nu of je niet heel veel kansen mist? Door een systematische aanpak, waarvan er in het boek vier verschillende zijn beschreven, worden alle mogelijkheden van computertechnologie beschouwd. De uitdaging blijft natuurlijk om dat te vertalen naar concrete producten en/of diensten. Ik hoop in ieder geval dat iedereen die dit boek leest geïnspireerd raakt om nog eens heel goed naar de producten en diensten van het eigen bedrijf te kijken en waar mogelijk meer gaat doen met computertechnologie.

Kopen? Dat kan natuurlijk via Bol.com etc., maar ook rechtstreeks via: https://www.mijnmanagementboek.nl/books/134884/.

Autoverhuur a la 1986

Afgelopen zaterdag hadden we een busje nodig om wat spullen te verhuizen. Vooraf hadden we het, zoals dat in 2018 gaat, geregeld via internet. De site was gebruikersvriendelijk en met niet veel moeite was de gewenste bus bij elkaar geklikt en de administratie geregeld. Dachten we.

Op de grote dag, gisteren dus, togen wij vol goede moed naar de plek waar de bus al op ons zou staan te wachten. Aan de balie was één klant voor ons, dus het zou niet al te lang duren voordat wij met bus en al op pad waren, zo was ons idee. Helaas was het bedrijf, werkelijk een grote naam op het gebied van verhuur, en kennelijk ook heel succesvolle, administratief in de jaren 80 van de vorige eeuw blijven steken. Het zoeken naar de juiste sleutels, het nogmaals intypen van gegevens, het controleren van de auto…het ging allemaal precies zoals bij mijn eerste verhuizing. Lang geleden. Heel lang geleden. En dat is dus geen compliment. Het alleraardigste moment aan de balie, we hadden immers alle tijd om alles goed in ons op te nemen, was toen de printer aan het werk ging. Uit een hoek steeg een geratel op dat ik nog herkende van 1986. Een kleine printer ratelde vrolijk lettertjes op kettingpapier met twee doorslagvelletjes. Ik vroeg me meteen af hoeveel mensen die laatste term eigenlijk nog kennen. De baliemedewerker scheurde na het printen voor onze neus de randen van het papier af en gaf ons een van de gekleurde exemplaren.

Nu ben ik er bepaald geen voorstander van nieuwe technologie meteen maar te gaan inzetten ter vervanging van iets wat goed werkt. Maar dit was toch wel het andere uiterste. Ik heb het niet precies bijgehouden, maar ik denk dat voor deze simpele verhuur ergens tussen de 10 en 15 minuten gewerkt moest worden om alle administratie op orde te krijgen. En dat is toch wel mijn punt als ik er op terugkijk; met computertechnologie kun je echt niet alles in het leven verbeteren of makkelijker maken. Maar dit wel. Ik ben dus nu al benieuwd hoe het de volgende keer zal gaan.

De magische voordeur

Mensen gebruiken privé tegenwoordig de meest uiteenlopende IT. Op een smartphone of tablet worden moeiteloos mooie vakantiereizen geboekt, in het café rekeningen gedeeld, maaltijden besteld, online tips gedeeld en wat al niet meer. Ook updates van apps worden zonder problemen geïnstalleerd en daarna gebruikt. Om maar niet te spreken over de digitale tv, sonos/jbl luidsprekers en het via een mobiel aansturen van verwarming en licht.

Maar dan. Dan wordt het maandagochtend en gaan diezelfde mensen naar hun werk. Ze lopen door de magische voordeur en dan… dan hangen ze de rest van de dag aan het functionele infuus. Op een of andere wijze worden de computervaardigheden bij de voordeur vakkundig gestript. Met twee digitale linkerhanden vervolgen zij daarna hun weg naar de werkplek. Key-users en functioneel beheerders in een bedrijf kunnen er van meepraten; de kleinste dingen zoals een onverwacht knopje op een scherm vormen opeens de grootste obstakels. Ik maak veel functioneel beheerders mee die met gemak tientallen procenten van hun tijd kwijt zijn aan dit soort eenvoudige support. Iedereen zegt dat het verhogen van de “zelfredzaamheid” van de gebruikers voor de toekomst een speerpunt is. Maar volgens mij is die toekomst allang begonnen.

En dan kom ik op mijn gedachte op een onverwacht koude zaterdagmiddag: Wanneer zullen we als functioneel beheerders in de situatie komen dat we gebruik gaan maken van de toch echt hoge computervaardigheden van veel mensen? Wat doen wij functioneel nog niet goed genoeg?

Ik denk in ieder geval dat een deel van de oplossing in de gebruikte systemen ligt. Sommige bedrijfssystemen zijn dusdanig droevig van opzet dat een beetje normaal mens de weg wel kwijt moet raken. Het lijkt soms wel boosaardige opzet. Maar bestaan toch zeker ook systemen die best goed functioneren. En dan denk ik stiekem wel eens; was er maar niet zoveel hulp beschikbaar. Want het is natuurlijk wel makkelijk, meteen kunnen bellen, mailen of Whatsappen om a-la-minute hulp te krijgen. Hoef je niet zelf de moeite te doen. Dat zou ervoor pleiten dat key-users en functioneel beheerders wat minder hulpvaardig zouden moeten zijn. En dat stuit me dan ook wel weer tegen de borst, want daar zijn ze nu juist onder andere ook voor. Wat is wijsheid? Of is het gewoon wachten tot de huidige tieners en twintigers massaal op de werkvloer verschijnen. Zij hebben structureel een veel minder grote hulpvraag, en zo zou het door de tijd eenvoudig worden opgelost. Zou het?