TomTom

Onlangs kwam hij hier weer uit de kast; onze eerste TomTom. Vermoedelijk is hij inmiddels 10 jaar oud, maar we konden hem in onze huurauto op vakantie nog goed gebruiken. Slechts af en toe reden we op een stuk asfalt dat de TomTom niet kende.

Ik moest terugdenken aan de eerste jaren. Wat waren wij blij dat we niet elke keer meer op de kaart hoefden te kijken. En leuk was het ook. Onze opgroeiende dochter had er al snel schik in. Op een zeker moment reden we in Deventer langs een grote rode letter M op een heel hoge paal, u kent deze vast. Onze dochter reageerde alert vanaf de achterbank: “Sla over 200 meter linksaf”. Wij schoten in de lach maar gaven geen krimp. Na het rechtdoor passeren van het kruispunt bleek dat onze dochter zich niet zo snel uit het veld liet slaan. “Indien mogelijk, omdraaien” klonk het achter ons.

Ook hebben we ons erg vermaakt met het zelf inspreken van de routeaanwijzingen:

“Op de rotonde 3e afslag rechts” werd “Op de rotonde, 7e afslag rechts”

“Over 200 meter linksaf slaan” werd “Zo meteen rechts afslaan” gevolgd door een stilte en dan, met licht overslaande stem: “Nee! nee! Links! Links! Links!”

en

“Over 300 meter bestemming bereikt” werd “Bestemming bereikt” gevolgd door een stilte, om daarna te eindigen met “Over 300 meter”.

Al met al heeft de TomTom ons jaren enorm geholpen. Twee auto’s geleden bleek de navigatie ingebouwd en verdween de TomTom in de kast. Maar de zeldzame keren dat we hem nu nog gebruiken, komen mooie herinneringen weer boven.

Het goede en het juiste

Het is alweer jaren geleden. Onze dochter was een jaar of 10. Zoals dat wel eens gaat kwam het gesprek op “later”.

‘Wat wil je later worden? ‘ vroeg ik belangstellend en ik realiseerde me dat waarschijnlijk al miljoenen ouders dat aan hun kind hadden gevraagd.

‘Iets met dieren,’ rolde er direct op besliste toon uit.

‘Ah, ‘ zei ik. ‘Wordt slager.’ Ik moet zeggen, het floepte er zomaar uit, maar u kunt zich de reactie van mijn dochter voorstellen.

Nu ik er zo eens op terugkijk: het was beslist een goed antwoord. Maar of het ook het juiste was…

Voetbal

Het WK is losgebarsten. Wij doen hier mee. Nee, niet met het voetbal. Wij zitten net als het hele Nederlandse elftal gewoon thuis. Maar we hebben een voetbal pool. En daardoor is de interesse in ons huis bovenmatig groot en genieten we er toch van.

Gisterenavond was de wedstrijd Marokko – Iran. Tot verbazing van velen won Iran. Maar wel door een eigen goal van Marokko. Dat deed me terugdenken aan mijn eigen kortstondige voetbalcarrière. Die speelde zich af  op het allerlaagste niveau. Al met al heeft ie toch nog wel 10 jaar geduurd. De carrière bleek echter een volledig vlakke lijn, enige progressie bleek vanaf het begin kansloos. Toch ben ik er wel trots op dat ik in die hele periode zeker een stuk of 2, 3 doelpunten heb gemaakt. En dat als verdediger. Minstens een ervan, zo kan ik me herinneren, was zelfs totaal onhoudbaar door de keeper. In een ander geval kreeg ik pas in de gaten dat de bal in het net was verdwenen toen mijn ploeggenoten op mij afstoven. Er is slechts een kleine maar aan dit verhaal. Zonder uitzondering waren mijn doelpunten helaas in het eigen doel. Dat ze mij al die jaren hebben getolereerd is nog steeds een raadsel. Na een flinke knieblessure ben ik gestopt. Mijn team werd het jaar erop prompt kampioen.

Autoverhuur a la 1986

Afgelopen zaterdag hadden we een busje nodig om wat spullen te verhuizen. Vooraf hadden we het, zoals dat in 2018 gaat, geregeld via internet. De site was gebruikersvriendelijk en met niet veel moeite was de gewenste bus bij elkaar geklikt en de administratie geregeld. Dachten we.

Op de grote dag, gisteren dus, togen wij vol goede moed naar de plek waar de bus al op ons zou staan te wachten. Aan de balie was één klant voor ons, dus het zou niet al te lang duren voordat wij met bus en al op pad waren, zo was ons idee. Helaas was het bedrijf, werkelijk een grote naam op het gebied van verhuur, en kennelijk ook heel succesvolle, administratief in de jaren 80 van de vorige eeuw blijven steken. Het zoeken naar de juiste sleutels, het nogmaals intypen van gegevens, het controleren van de auto…het ging allemaal precies zoals bij mijn eerste verhuizing. Lang geleden. Heel lang geleden. En dat is dus geen compliment. Het alleraardigste moment aan de balie, we hadden immers alle tijd om alles goed in ons op te nemen, was toen de printer aan het werk ging. Uit een hoek steeg een geratel op dat ik nog herkende van 1986. Een kleine printer ratelde vrolijk lettertjes op kettingpapier met twee doorslagvelletjes. Ik vroeg me meteen af hoeveel mensen die laatste term eigenlijk nog kennen. De baliemedewerker scheurde na het printen voor onze neus de randen van het papier af en gaf ons een van de gekleurde exemplaren.

Nu ben ik er bepaald geen voorstander van nieuwe technologie meteen maar te gaan inzetten ter vervanging van iets wat goed werkt. Maar dit was toch wel het andere uiterste. Ik heb het niet precies bijgehouden, maar ik denk dat voor deze simpele verhuur ergens tussen de 10 en 15 minuten gewerkt moest worden om alle administratie op orde te krijgen. En dat is toch wel mijn punt als ik er op terugkijk; met computertechnologie kun je echt niet alles in het leven verbeteren of makkelijker maken. Maar dit wel. Ik ben dus nu al benieuwd hoe het de volgende keer zal gaan.

November

November is mijn minst favoriete maand. Koud, donker, en vooral: het duurt nog veel te lang voor het weer beter wordt. In tegendeel, het wordt eerst nog donkerder, nog kouder, nog natter… het vooruitzicht alleen al stemt mij niet vrolijk. Wat te doen? Denken aan een warm vakantieland? Dat helpt zeker. Eventjes dan. Of luisteren naar:

Ook dat helpt niet voor lang. De kachel hoger zetten? Spinnende poezen op tafel terwijl je een boek of de krant leest, of gewoon wat aan het rondsurfen bent op internet?

Zucht…ik verzin van alles en morgen…morgen is het weer korter licht. Ik kijk naar het weerbericht, en hoopvol kijk ik of de temperatuur de komende paar weken nog een beetje rond de 10 graden blijft. Met een zonnetje erbij is het dan nog best aardig. Maar vergeleken met april of mei, wanneer het nieuwe jaar voluit aan de gang is en de stoelen niet alleen buiten staan maar je er ook op kunt zitten zonder te verstenen…ja, dat zijn meer mijn maanden. En dan moet de zomer nog komen…

Er is geen andere optie dan de tijd maar uit te zitten. Ik ben jaloers op de vogels die hier al druk aan het rondfladderen zijn om over niet al te lange tijd naar het warme zuiden te trekken. Verrek! Dat is nog eens een idee. Het klinkt een beetje sullig, overwinteren in Spanje of Portugal. Maar als die vogels het doen, waarom doen wij mensen dat dan niet op grote schaal? Toch nog maar eens over denken.

Help, mijn man is een klusser!

Help, mijn man is een klusser! schijnt een grappig tv-programma te zijn. Ik ken het nauwelijks. En toch kwam de titel verrassend goed van pas toen we dit ooievaarsnest bij ons in de buurt passeerden:

Ik ga er, tamelijk seksistisch maar ik vrees ook tamelijk realistisch, vanuit dat een nest bouwen bij ooievaars een mannenaangelegenheid is. Dat is niet altijd zo. We zien hier in de buurt vaak stelletjes meerkoeten die gezamenlijk een tijdje aan een nest bouwen. Prompt enige weken later zijn er eieren in te vinden en even daarna zwemmen de kleine koetjes rond.

Terug naar de ooievaars. Deze doen vaak dappere pogingen een fraai nest te bouwen. Soms is het pakket takken zo dik dat we bang zijn dat de paal eronder gaat bezwijken. Of het hele nest met een grote windvlaag van de paal af wordt geblazen. Bovenstaande ooievaar had zich er zo te zien makkelijk vanaf gemaakt. Maar toch had hij daarna een vrouwtje gevonden die dat kennelijk niet zo’n probleem vond. En de jongen? Die zijn daar geboren, opgegroeid en inmiddels uitgevlogen. Ik ben benieuwd of hun nest er volgend jaar net zo uit zal gaan zien als dat van hun ouders.

Ooievaars

Vooropgesteld; ooievaars zijn fraaie dieren. Zou het komen door de scherpe zwart-wit tekening die ze op hun lijf hebben? Of de manier waarop ze soms heel lang met hun vleugels wijd gespreid door de lucht zweven? Ik denk dat het vooral komt omdat ze enkele tientallen jaren geleden bijna waren uitgestorven. En dat ze daarom ook nu nog vrij zeldzaam zijn. Maar niet bij ons in de buurt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Inmiddels gaat het weer veel beter met de ooievaars in Nederland. Er waren, vlak voor het uitsterven, enkele ooiveaar stations in het leven geroepen waar actief ooievaars naar toe werden gelokt en verzorgd. Bij ons in de buurt was er zo een, maar vanwege succes is deze inmiddels opgedoekt.

In Olst, het dorpje waar ik woon, was toen wij er kwamen wonen één bewoond nest. Inmiddels zijn alle palen die her en der staan al vroeg in het seizoen bezet. We vragen ons af hoe dat verder moet in de komende jaren. Misschien bij Deventer een bord neerzetten “Olst is vol”? Zodat ze doorvliegen naar een volgend dorp? Of zullen ze, net als gewoon in de natuur, gaan nestelen in bomen. Ook dat hebben we al een paar keer hier gezien.

Het blijft ondertussen een buitengewoon fraai gezicht als er soms wel 10 of meer ooievaars samen in de uiterwaarden op zoek zijn naar eten. Ze zijn ook echt niet schuw; autoverkeer of tractoren deren ze niet veel. En bij tijd en wijle zitten ze al vroeg in de ochtend bovenop de lantarenpalen te kijken hoe auto’s met forensen zich naar het werk spoeden.

We zullen zien hoe het over 10 jaar is. Met dit tempo van vermenigvuldiging worden ooievaars op enig moment een plaag. Maar gelukkig hebben we dat moment nu nog niet bereikt en kunnen we er bijna dagelijks van genieten.