Leven in de eigen nieuwsbubble

Al vanaf 1995 vind ik internet interessant. De verwachtingen van internet waren in de begintijd hoog gespannen; door een vrij toegankelijk netwerk zou iedereen met iedereen contact kunnen leggen en informatie uitwisselen. En zo is het ook uitgepakt. Met de nadruk dan op het woordje “zou”. Want als we kijken naar de werkelijkheid dan lijkt het er toch sterk op dat mensen vooral contact hebben met anderen die exact dezelfde gedachten, meningen, sociale omgeving etc. hebben.

Is dat erg? Toch wel. Je wordt dan namelijk gesterkt in je eigen overtuigingen. Stel dat je Trump een afschuwelijke man vind. Dan zie je al snel alleen maar berichten die je daarin bevestigen. En andersom geldt dat precies zo. Je komt terecht in je eigen bubble, zonder dat je dat zelf ziet.

Vroeger bestond hetzelfde effect ook als je een bepaalde krant las en bepaalde tv-zenders keek, zoals de combinatie Telegraaf + Tros of Volkskrant+Vara. Maar daar werd dan toch zeker wel nuance aangebracht in de nieuwsberichten. Bij nieuwsprogramma’s werden voor- en tegenstanders aan het woord gelaten. Gek genoeg kun je ook op internet moeiteloos meningen lezen die je niet zinnen.

Wat te doen? Tja, goede vraag. Toch is het wel degelijk mogelijk om te ontsnappen aan je eigen bubble. En niet moeilijk ook volgens mij. Stel dat je van een bepaald bericht even wilt weten hoe het zit. Dan moet je niet alleen de bronnen raadplegen die het meest in lijn liggen van jouw al gevormde mening. Je moet juist je eigen tegenspraak organiseren. Ik doe het ook. Als ik even snel een aantal gezichtspunten wil zien van een bepaald bericht dan zap ik langs nrc.nl, telegraaf.nl, volkskrant.nl, nos.nl, tpo.nl, joop.vara.nl en geenstijl.nl. Met name die laatste drie vertegenwoordigen tamelijk extreme gezichtspunten op nieuws. Maar zijn daardoor best waardevol. Ik durf te wedden dat minstens een van de genoemde sites u sterk tegen de haren instrijkt. Juist daarom is die dan heel waardevol om uw mening te scherpen. Eerlijk is eerlijk, je moet je, zeker als je door de reacties heen scrolt, een weg banen door mensen die wel heel primair reageren. Toch, gek genoeg zitten er juist tussen die reacties soms best scherpe en goede opmerkingen en observaties. Je moet ervoor openstaan, en af en toe stijgt bij het lezen ervan uw bloeddruk vanzelf een stukje. Maar het is het waard. Uiteindelijk wordt je eigen mening er een stuk beter, een stuk scherper van. En dat is waar het om draait; een afgewogen mening waar je mee vooruit kunt.

Trump. Is alles al gezegd?

Trump is waarschijnlijk met afstand de president van de VS waarover het meest gezegd en geschreven is ooit. Tot nu toe dan, je weet maar nooit welke president nog komen gaat. Opvallend is dat in de media vaak negatief over Trump wordt geschreven. Zo lees ik graag het NRC en het aantal vierkante meters uitsluitend negatieve berichtgeving over Trump is langzamerhand niet meer te tellen.

Nu kun je veel op Trump aanmerken, dat is zeker. Hoe hij zich gedraagt, hoe hij zich uit, welke maatregelen hij voorstaat, je kunt het er volstrekt mee oneens zijn. Maar gek genoeg, nu de midterms aanstaande zijn, wordt er toch getwijfeld of de republikeinen of de democraten zullen winnen. En dat vind ik dan gek. Kennelijk zijn er heel veel, echt heel veel mensen, die Trump best wel een prima kerel vinden. Misschien juist wel door zijn onorthodoxe gedrag. Of vanwege de maatregelen die hij neemt, waar deze mensen 100% achter staan.

Ik constateer dat de berichtgeving die dagelijks tot ons komt behoorlijk afwijkt van wat kennelijk gemiddeld genomen onder de Amerikaanse bevolking leeft. En dat is een slechte zaak. Inderdaad, je mag Trump een absoluut dieptepunt in de Amerikaanse geschiedenis vinden. Maar tot nu toe is niet de 3e wereldoorlog uitgebroken en zijn ondanks de slechte verhouding met de pers in de VS nog geen kranten of nieuwsstations gesloten, journalisten opgepakt of vermoord. En, nog mooier; je kunt in de VS nog steeds luidkeels roepen wat je van Trump vindt. Vergelijk dat maar eens met de rest van de wereld. Ik ben zelf in genoeg landen geweest om te weten dat dat helemaal niet zo gewoon is in deze wereld. Zelfs in tamelijk sympathiek ogende landen kun je maar beter je mond houden over bepaalde politieke onderwerpen. Binnen no-time beland je in de gevangenis. In een cel naast journalisten die al eerder zijn opgepakt.

Ik moet zeggen dat ik het, vanuit Nederland, op een afstandje, met verwondering bekijk. Kennelijk is de VS zo’n sterke democratie dat ze zich een dergelijke president kunnen veroorloven. Over enige jaren komt er vanzelf weer een ander. Ook dat is in heel veel landen beslist geen zekerheid; genoeg heersers die zichzelf na benoeming voor de rest van hun leven in het pluche parkeren.

Ondertussen raken de verhoudingen verhard en verziekt. Voor het geval u denkt; dat is allemaal de schuld van Trump. Natuurlijk mag u dat denken. Het valt echter wel op dat mensen die hard tegen Trump ageren doorgaans wel van mening zijn dat mensen allemaal gelijk zijn, of op zijn minst gelijkwaardig. Met andere woorden, zou ik dan concluderen; dan zijn we dus allemaal Trump.

Daarnaast wordt toch ook wel angstwekkend veel geroepen, juist ook weer in het anti-Trump kamp, dat we niet moeten uitsluiten maar verbinden. Doe het dan ook, zou ik zeggen. Verbinding begint bij de eerste die zijn hand uitsteekt. “Maar niet naar Trump” hoor ik al in de reacties. Tja, als je alleen je hand uitsteekt naar je vrienden en al degenen waar je het toch al mee eens bent, dan maak je het jezelf wel heel makkelijk. Verbinden begint juist met degenen waar je het niet mee eens bent. En dan kan Trump inderdaad wel eens een heel grote uitdaging zijn, misschien wel de grootste. Begin eens met een aanhanger van Trump. Om mee te oefenen.

De pers, die mij het meeste stoort in de berichtgeving rondom Trump, zou eens bij zichzelf te rade moeten gaan welke rol zij spelen. Die van informatiebron of die van activist. Dat laatste kan heel goed zijn bedoeld maar leidt uiteindelijk tot afkalving van het vertrouwen in de pers. Een heel eenvoudige leidraad zou kunnen zijn: als in een land voor- en tegenstanders ongeveer 50%-50% zijn verdeeld, zorg dan ook voor berichtgeving die 50% negatief en 50% positief is. Dan kom je met Trump en de Brexit aardig uit. Maar bijvoorbeeld rondom klimaatverandering, waar toch geloof ik de meeste mensen wel van overtuigd zijn, is het dan helemaal geen bezwaar om 90% of 95% van de berichtgeving in lijn hiermee te brengen, terwijl nog maar een heel klein beetje ruimte is voor klimaatsceptici.

Ik gun de inwoners van de VS de president die ze zelf kiezen. Het is hun zaak, en er zijn in de geschiedenis al meerdere presidenten geweest waar achteraf de meeste inwoners van de VS niet zo blij mee waren. Er komt vanzelf een volgende. Het moet wel heel raar lopen als wij het als wereld niet overleven. Ondertussen moeten we ons niet gek laten maken en af en toe eens diep adem halen. Heel diep.

Gelijke kansen of gelijke uitkomsten

Veel mensen zijn voor gelijke kansen voor iedereen. Met andere woorden, waar je ook geboren bent, welke huidskleur je ook hebt, of je nu lang of kort bent, en ga zo maar door; iedereen krijgt gelijke kansen. Maar uiteindelijk willen velen ook gelijke uitkomsten voor iedereen. Bijvoorbeeld in de discussie over rijkdom en bezit is dat mooi te zien; het wordt als onrechtvaardig gezien dat de een miljonair is, en de ander niet. Maar gelijke kansen én gelijke uitkomsten, gaat dat eigenlijk wel samen?

Onlangs werd ik getriggerd door een heel simpel commentaar op een bericht. Dat bericht ging over het feit dat sommige mensen uiteindelijk veel beter af zijn dan anderen. Het commentaar had de strekking dat als je gelijke uitkomsten wilt, je iedereen juist niet gelijk moet behandelen. Immers, iemand die een beetje pech heeft moet meer worden geholpen dan een ander om uiteindelijk gelijk te eindigen. Maar dat is strijdig met het gevoel dat velen hebben: iedereen moet in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dat laatste staat niet voor niets in de grondwet.

Het probleem zit natuurlijk in de verschillen in de uitgangspositie. Iemand die in een villa in Aerdenhout als dochter van twee artsen wordt geboren heeft een andere uitgangspositie dan iemand die in Oude Pekela als dochter van twee fabrieksarbeiders wordt geboren. Of je wordt geboren in een dorpje op het platteland in Isaan, de arme Noordoostelijke regio van Thailand. Alleen als de uitgangspositie geheel gelijk zou zijn krijg je bij gelijke kansen en omstandigheden uiteindelijk precies gelijke uitkomsten.

Wat is nu wijsheid? En is het ook erg dat dit zo werkt? Immers, in Aerdenhout kun je gelukkig maar ook heel ongelukkig zijn. En dat geldt voor Oude Pekela in de provincie Groningen en Isaan in Thailand natuurlijk net zo. Materiele welvaart leidt nog niet automatisch tot een gelukkig leven.

Een algemene reactie op dit fenomeen is toch wel dat een en ander ook beetje kwestie van geluk of pech is. Bovendien; als we streven naar volstrekt gelijke uitkomsten, dan kun je rustig afwachten tot “iemand” langskomt om ook jou te helpen bij jouw recht op een gelijke uitkomst. Het leidt naar mijn smaak naar allerlei ongewenste effecten. Aan de andere kant, ik wens iedereen alle geluk in het leven toe en geboren worden in Aerdenhout, Oude Pekela of waar dan ook ter wereld moet ook weer niet al te grote verschillen veroorzaken.

Bij elkaar genomen denk ik dat we het in Nederland niet slecht doen. Als je kijkt naar de toegang tot onderwijs, gezondheidzorg en bijvoorbeeld huisvesting, dan is dat toch best netjes voor iedereen geregeld. Dat uiteindelijk iemand, mede dankzij geluk of pech, in een rijtjeshuis of juist in een villa terecht kan komen is zeker waar. Maar onder de brug of in een plaggenhut, zoals toch nog niet zo heel lang geleden voorkwam in Drenthe, is er niet bij.

Laten we in het oog houden dat het niet gaat om geluk te hebben in het leven, maar om gelukkig te zijn in het leven. En als je teveel kijkt naar het geluk van een ander maak je gelukkig zijn voor jezelf niet eenvoudiger.

Nieuwe technologie en werkgelegenheid

Ik heb het hier al vaker geschreven; ik ben een techno-optimist. Ik geloof dus in de meerwaarde van technologie en ook dat die meerwaarde de negatieve gevolgen die technologie ook zeker kan hebben (en heeft) verre overstijgt.

Dit weekend las ik een boek met de titel “Alles wordt anders”. Het is een titel die mij de gordijnen in jaagt. Natuurlijk leven we in een tijd van verandering. Maar de komst van de eerste stoommachine, het eerste vliegtuig, elektriciteit, penicilline en zo kan ik nog wel even doorgaan, hebben de wereld ook behoorlijk opgeschud. Ik vind juist dat het in deze tijd soms opvallend langzaam gaat. Kijk maar eens naar een computer uit de jaren 80: een scherm, toetsenbord en een muis. En kijk eens waar nu nog steeds heel veel mensen mee werken… Zeker, je kunt met computers nu veel meer. Maar het valt me toch op dat het nog steeds draait om hardware, software en databases. Allemaal groter en mooier. Maar essentieel anders? Tja…

We staan echter zeker voor flinke veranderingen. De toepassing van technologie, en dan heb ik het hier over computertechnologie, begint langzamerhand maatschappelijk flink om zich heen te grijpen. In de financiële wereld zijn in Nederland alleen al de afgelopen jaren tienduizenden banen verdwenen. De verwachting is dat dit aantal in andere sectoren de komende jaren behoorlijk kan oplopen. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat als je werk bestaat uit achter een computer zitten en op een muis klikken, je baan over enige jaren niet meer bestaat.

Zoals gezegd kreeg ik de kriebels van de titel van het boek dat ik las. Maar de inhoud viel me reuze mee. Door schrijver Dik Bijl worden zeven nieuwe technologieën beschreven en uiteindelijk eindigt het boek met een weergave van de mogelijke gevolgen. De schrijver geeft tot slot een aardige oplossing. Deze wordt wel vaker geschetst en is daarom niet erg origineel: als het werk verdwijnt, dan moet iedereen maar een basisinkomen krijgen.

Zelf weet ik niet of een basisinkomen wel de oplossing is. Ik heb eigenlijk een andere gedachte over het fenomeen dat computers een flink deel van het huidige werk zullen overnemen. Waarbij het heel onzeker is of er ander werk voor in de plaats komt. In de 19e eeuw werkten mensen namelijk veel meer uren dan vandaag de dag. En ze waren naar hedendaagse maatstaven merendeels straatarm. Op dit moment werken we gemiddeld zo’n 30-40 uur en zijn veel rijker, leven langer en zijn gezonder. Wat dus te doen met technologie die ons in de toekomst nog meer werk uit handen neemt? Alleen maar toejuichen zou ik zeggen. En het werk dat overblijft, wat helemaal niet door computers gedaan kan worden, ook in de toekomst niet, netjes verdelen. Werken we misschien nog maar 10 uur in de week. En hopelijk, de lijn doortrekkend van het verleden naar de toekomst, zijn we dan nog rijker. En gezonder. En wie weet hoe lang we dan leven. Ik vind het geen gekke gedachte en zeker niet beangstigend. Deze toekomst mag van mij morgen beginnen.

Gelijkheid en gelijkwaardigheid

Laat ik eens een brisant onderwerp ter sprake brengen. Over gelijkheid en gelijkwaardigheid. En ik stel maar even vooraf, het is niet mijn bedoeling u op stang te jagen. Dus mocht u gaandeweg het lezen toch een vervelend gevoel krijgen, klik dan gewoon weg. Aan de andere kant, als u doorleest tot het einde kan u wel eens een verrassende wending te wachten staan. En nu niet meteen gaan scrollen naar het einde…

Eerst maar eens over gelijkheid. Er zijn mensen die de mening zijn toegedaan dat alle mensen gelijk zijn. Dat lijkt me in de praktijk toch wel erg lastig vol te houden: er bestaan immers mannen en vrouwen, lange en korte mensen, mensen met diverse huidskleuren, jong en oud…met andere woorden, eigenlijk is geen mens gelijk aan een ander. Zelfs een eeneiige tweeling is niet geheel gelijk aan elkaar.

Maar…is dan doorgaans het vervolg, mensen zijn misschien niet gelijk, ze zijn wel gelijkwaardig. Dat bedoelen de meeste mensen ook eigenlijk als ze zeggen: “Alle mensen zijn is gelijk”. Daar is zeker iets voor te zeggen; dat elk mens eenzelfde “waarde” heeft. Naast het feit dat dit een aantrekkelijk, en ook heel menselijk idee is, heeft het ook wel een historische basis. Er zijn in het verleden genoeg pogingen gedaan om aan de hand van allerlei kenmerken mensen in groepen te verdelen. En meteen daarop natuurlijk te oordelen dat de ene groep toch werkelijk een beter soort mensen bevatte dan de andere. Je hoeft daar echt niet alleen voor naar de Tweede Wereldoorlog en het nazisme terug te kijken. Met andere woorden, het idee van gelijkwaardigheid van alle mensen heeft ons verlost van dit soort nare ideeën uit het verleden.

Toch zijn er helaas ook wel een paar problemen met dat idee van gelijkwaardigheid. Ten eerste komt dat door mensen als bijvoorbeeld de Belg Marc Dutroux. Voor degenen die deze man niet kennen: Marc Dutroux heeft in de jaren 90 van de vorige eeuw meerdere meisjes ontvoerd, vastgehouden, verkracht en vermoord. Nu is op mij en u als mens vast ook wat aan te merken, maar het is overduidelijk dat ik mezelf niet op één lijn kan stellen met een dergelijk mens. En ik denk dat voor u hetzelfde geldt. Dat zit natuurlijk in het gedrag van die Marc; of hij dezelfde lengte heeft als ik zal me een zorg zijn. Of de schoenmaat. Of de kleur van zijn haar. Maar door wat hij gedaan heeft lijkt het me heel logisch om te zeggen: Ik vind dat ik een beter mens ben dan hij.

Vervolgens is er nog een tweede probleem met gelijkwaardigheid. Daarvoor neem ik u mee in het volgende gedachtenexperiment. Stel dat er twee personen bestaan die, hoe je er ook tegenaan kijkt, op welke manier je ook oordeelt, exact maar dan ook echt exact gelijkwaardig zijn. We noemen ze voor het gemak verder persoon A en persoon B. Stel nu dat persoon B het idee krijgt om haar leven te beteren. Zij gaat bijvoorbeeld veel vrijwilligerswerk doen, beter letten op voeding, proberen minder grondstoffen van deze aarde op te maken zodat er meer overblijft voor degenen die na haar komen….afijn, zo zijn er wel 100 dingen waar zij zichzelf in gaat verbeteren. Nu zal niet iedereen het met al die ideeën eens zijn. Maar aan de andere kant; het is zeker mogelijk een beter mens te worden toch? Dan komen we echter in een spagaat terecht. Want stel dat persoon B ook maar één millimeter een beter mens is geworden dan de persoon B die ze eerst was. Dan zijn helaas persoon A en persoon B op dat moment niet gelijkwaardig meer. Of andersom geredeneerd, en dat is misschien nog wel de meest wrede conclusie die te trekken is: als alle mensen op elk moment en altijd gelijkwaardig zouden zijn, dan is het ook voor geen mens mogelijk een beter mens te worden (van “meer waarde” te worden), hoe deze ook zijn of haar best doet.

De conclusie die uit bovenstaande onvermijdelijk boven komt drijven dat mensen niet gelijk zijn, en ook niet gelijkwaardig. Is dat een ramp? Welnee. Het wordt pas een ramp op het moment dat we mensen aan de hand van allerlei eigenschappen in groepen gaan opdelen en aan die groep een waardeoordeel gaan hangen. In plaats van het soms wat drammerige benadrukken van gelijkheid of gelijkwaardigheid zou het veel beter zijn als we het unieke van elk mens benadrukken. En dan ligt zeker de weg open om te zeggen, als de ene mens tegen de ander: Ik vind jou leuk / aantrekkelijk / goed / wat dan ook. Maar ook: Ik vind jou stom / ik wil niks met jou te maken hebben / wat dan ook. Juist door de uniekheid per persoon zijn waardeoordelen over die persoon, waarbij je toch feitelijk een ander mens als meer of minder dan jezelf ziet, helemaal geen probleem meer. En dat vind ik in ieder geval een mooie gedachte om mee te eindigen.