Wegwee: Wie (niet) reist is gek

Afgelopen week las ik het boek “Wie (niet) reist is gek” van Ap Dijksterhuis. Hij is psycholoog maar als je het boek leest vraag je je af of hij nog tijd heeft om te werken. Vele, vele landen komen pagina voor pagina voorbij. Leuk geschreven, af en toe wat hakkerig, maar vooral geeft het het gevoel: doe het ook!

Laten we het niet over het milieu hebben, want de aarde zou ter plekke ineenschrompelen als iedereen zoveel zou gaan reizen. Een van de aardigste termen die in het boek wordt gebruikt is: “wegwee”. Veel mensen kampen met heimwee, het verlangen naar huis. Wegwee is precies het tegenovergestelde; het verlangen om weg te gaan, op reis te gaan. Ik vind het herkenbaar. Thuis is lekker, ergens anders is lekkerder. Jammer dat je weer naar huis moet. Ben je eenmaal thuis, dan is dag 1 nog wel prima, dag 2 alweer minder, en na thuisdag 5 begint het alweer. Wegwee. Dat is het woord wat ik al jaren zocht voor dat gevoel.

Ap Dijksterhuis geeft nog veel meer positieve aspecten van reizen, die denk ik ook best waar zijn. Je verruimt je blik en je conditie gaat er ook op vooruit. Met andere woorden, zowel geestelijk als lichamelijk aan te raden. Toch, dat zal niet voor iedereen gelden. Vakantie, reizen, kan ook een bezoeking zijn. Het kan niet uitpakken zoals gehoopt, je kunt ziek worden, het kost euro’s die je ook aan wat anders zou kunnen besteden…. Maar voor mij is elke minuut en elke euro die besteed wordt aan reizen, welbesteed. Wegwee dus.

Vliegen met een paramotor

Dit jaar had ik een briljant idee. Vond ik tenminste. Voor mijn verjaardag vroeg ik iets wat al jaren op mijn bucketlist stond. Nu zult u zeggen; dat is toch nogal voor de hand liggend? Zeker. Maar op een of andere manier kan ik op het moment dat mijn verjaardag in zicht komt nooit iets verzinnen. Om een paar maanden daarna weer naar een nauwelijks slinkende bucketlist te kijken…

Dit jaar ging het dus goed. Nu is vliegen met een paramotor in februari niet zo’n goed idee. Je vliegt gemotoriseerd maar wel in de open lucht hangend onder een scherm dat ook wel bij paragliding wordt gebruikt. Half augustus, met rustig weer en een beetje zon, is het er toch van gekomen.

Bij stom toeval, maar wel een gelukkig toeval was ParaTwente, een bedrijf dat dit soort vluchten aanbiedt, die dag in Oene. Die plaats ligt vanaf Olst gezien aan de overkant van de IJssel. Een buitenkans dus om te vliegen over het gebied waar we zelf wonen. Woonwijken mijden ze met een paramotor het liefst wel gezien de mogelijke geluidsoverlast, maar we zijn er dichtbij gekomen. Ons huis kon ik bijna letterlijk onder mijn voeten zien. En even later de IJssel, de pont, een landhuis en koeien. Vliegen in de openlucht, een paar honderd meter van de grond met een vaartje van zo’n 50km per uur, dus lekker rustig aan, is toch echt heel bijzonder.

Al met al een leuke ervaring en weer een streep door een van de items op mijn bucketlist. Nog 134 te gaan.

Mijn eerste boek!

Na een half jaar zoeken naar de juiste en de juiste plaats van woorden, punten en komma’s, is hij er dan. Mijn eerste boek:

Een serieus onderwerp; veranderen, verpakt in een aardige verhaalvorm; de dialoog. Na een jaar of dertig heb ik mijn schrijverschap weer opgepakt, en met plezier. Het onderwerp van het boek; hoe kun je nu als organisatie eenvoudig(er) meebewegen met de dynamische buitenwereld, ligt me nauw aan het hart. Ik kom elk jaar bij talloze organisaties over de vloer en veranderen is altijd een thema. Zeker als je dan ook nog mijn vakgebied, IT en toepassing van IT, erbij betrekt.

Eigenlijk is het wel gek. Want je kunt toch mensen en organisaties niet harder straffen dan door altijd alles hetzelfde te laten. Je zou doodgaan van saaiheid. Maar veranderen aan de andere kant… tja. Zolang het anderen betreft vindt iedereen het prima. Komt het dichtbij; in de eigen organisatie of nog erger, in het eigen werk, dan ziet het er opeens minder rooskleurig uit.

De crux van het verhaal is dat je moet stoppen met dingen die niet lukken. Zoals bijvoorbeeld veranderen. Als dat niet lukt…waarom zou je het dan elke keer weer toch proberen? Maar ja, stilstaan is natuurlijk ook geen optie. Wat dan? Daarvoor moeten we een uitstapje maken naar de wereld van de startups. Daar wordt met veel positieve energie een product of dienst gecreëerd dat past bij de wispelturige klant. Hoe komt het nu dat zij dat eenvoudiger kunnen realiseren dan een bestaand bedrijf? Juist! Ze hoeven niet te veranderen, ze beginnen immers bij nul. En juist dat is de crux; veranderen is moeilijk, vanaf nul starten veel minder.

Nu kun je met een bestaande organisatie natuurlijk niet zomaar je bestaande klanten, producten en diensten overboord gooien. Tenminste, het zou wel kunnen, maar dan gooi je ook wel heel veel nuttige onderdelen weg. Dus; hoe kun je in een bestaande organisatie toch de positieve elementen van het werken als startup adopteren? Daarover gaat Rolling Thunder. Een titel trouwens die niet zomaar is gekozen. In het boek wordt uitgewerkt hoe je via een rollende donder die constant door het bedrijf heen rolt jezelf stapsgewijs kunt vernieuwen. En voor de rest moet u het boek maar lezen. Schaamteloos aanbevolen!

ISBN 9789461262325. Te koop bij managementboek.nl, bol.com en al die andere verkooppunten op internet. Natuurlijk ook bij de boekhandel op de hoek te bestellen.

Zebrapaden in Iran

Onlangs waren we op vakantie in Iran. Ik zal u de reacties van onze familie, vrienden en kennissen daarop besparen. Want Iran, tja…dat land roept op zijn zachtst gezegd verschillende gevoelens op.

Wij hebben ervaren dat er zeker wel het nodige loos is in Iran, maar dat de mensen die er wonen buitengewoon hartelijk en toegankelijk zijn. De hoeveelheid selfies waarop we samen met Iraniërs terecht zijn gekomen is bijna ontelbaar. Heel wat keer kregen we ook spontaan eten, snoep en drinken aangeboden. Al met al was het een ervaring die is aan te raden. Slechts zes uur vliegen vanaf Schiphol kom je in een heel andere, maar ook echt aangename wereld terecht.

Toch was er een ding dat wel opviel. Iraniërs zijn zoals gezegd een prettig volk, zo hebben wij het ervaren. Maar zodra ze achter het stuur kruipen knapt er toch iets.

Deze taxi met lichte schade rondom bewijst het. Opvallend veel auto’s zien er ongeveer zo uit. Gek genoeg hebben wij geen ongelukken gezien. Maar een taxi die op een vierbaansweg in de stad binnen een meter of tien moeiteloos wisselt van de uiterst linker- naar uiterst rechterbaan…het was even wennen. Ook de manier van inhalen, duwen, seinen en toeteren gaf een heel ander beeld van Iraniërs dan wat wij inmiddels gewend waren. Buiten de auto dan. Toppunt was de  avond waarop wij na het eten in twee taxi’s naar het hotel terug werden gebracht. Onze taxi won. Maar wel door op de rondweg tegen het verkeer in te gaan rijden. De tegemoetkomende koplampen werden groter en groter. De taxichauffeur gaf gas. Hij wist de plek waar een gat in de vangrail zat, zodat hij tijdig naar de juiste rijbaan kon wisselen. Wij wisten het niet.

Na dit enige dagen meegemaakt te hebben kon ik het niet laten om aan de reisbegeleidster te vragen: “Waarom hebben ze eigenlijk zebrapaden in Iran?”. Ze keek me even sprakeloos aan, aarzelde, en terwijl ze normaal overal antwoord op had…kwam er nu alleen een glimlach op haar gezicht.

Zebrapaden in Iran zijn voor mij het hoogtepunt van zinloosheid geworden. Er zijn er genoeg, maar ik heb werkelijk niet eenmaal een Iraniër gezien die ook maar de geringste neiging vertoonde een zebrapad te benutten. Iraniërs te voet rekenden duidelijk nergens op voor wat betreft het voorbijrazende verkeer. Sterker nog, het leek wel of ze extra op hun hoede waren en zebrapaden zoveel mogelijk ontweken.

In ieder geval: wij hebben veel gewandeld in Iran, met name in dorpen en steden. Behendig hebben we alle meer of minder gedeukte auto’s weten te ontwijken en een heel bijzondere reis gehad. Maar naast de vele interessante gebouwen, de natuur en niet te vergeten de Iraniërs zelf, zal ik de Iraanse versie van zebrapaden niet snel vergeten.

Zweefvliegen

Waarom stond zweefvliegen ook alweer op mijn bucketlist? Misschien wel omdat ik niet van kelders hou, maar wel van hoogte en lucht. Gek genoeg heb ik wel last van hoogtevrees; een ladder is niet mijn vriend. Maar in de bergen daarentegen is de beste plek wat mij betreft: bovenop.

In het voorjaar 2016 was er eens een open dag in Lemelerveld bij de zweefvliegclub Aero Club Salland. Een van de grootste van Nederland. Na een proefvluchtje was ik wel verkocht. In de zomer ging ik met dochterlief een weekje zweefvliegen.

Augustus 2016 was het zover. Met een groep mensen draait een zweefvliegclub gesmeerd, dat viel mij al snel op. Ieder heeft een eigen rol en neemt ook zonder vragen allerlei klusjes voor zijn rekening. Maar vooral: elke keer met een vaste manier van werken. Het aanhaken van een vliegtuig, het starten, ophalen van het landingsveld, zelfs naar de wc lopen ging toch echt niet zomaar. En mensen spraken elkaar, vriendelijk maar resoluut, aan op fout gedrag. Eigenlijk heel logisch, maar op deze manier had ik het nog nooit meegemaakt.

Ik heb me vermaakt. Het optrekken, al heel snel gaat het 100km/uur, en daarna in de lucht suizen naar rond de 400m hoogte. Op zoek naar thermiek om nog hoger te komen. Het blijft een gekke gedachte dat zo iets simpels als thermiek, waar ook vogels volop gebruik van maken, een flink vliegtuig met twee mensen erin op kan tillen naar grote hoogten.

Het landen is eveneens een aparte ervaring. Met een snelheid van zo rond de 90km/uur land je op twee wielen, en je bent een stuk dichter bij de grond dan in een gemiddelde Airbus. Gek genoeg went het snel. Na een landing of vijf is het heel gewoon geworden.

Of ik nog ooit eens ga zweefvliegen? Wie weet. Maar er zijn nog een paar andere vliegervaringen op de bucketlist weg te werken. Dus voorlopig even niet.

 

Als ik nog één keer…

Als ik nog één keer iets zou mogen eten, dan zou dat rijst met bonen met satésaus en biefstuk zijn.

Als ik nog één liedje zou mogen luisteren, dan zou het Talking Heads met “Once in a lifetime” zijn:

Als ik nog één keer op vakantie zou mogen gaan, dan zou ik linea recta naar India gaan. Hoewel ik op dit moment denk dat ik er nooit meer zal komen.

Als ik nog één sport zou willen leren…dan zou ik het niet weten…

En als u iets nog één keer zou mogen doen?

Strand6daagse

Zes dagen lang op het strand eenvoudigweg de ene voet voor de andere zetten. Samen met nog zo’n 1000 anderen. Totdat je, vanaf de start in Hoek van Holland, in Den Helder bent aangekomen. Strandpaal 117 staat in Hoek van Holland, strandpaal 1 in Den Helder. 117 km dus. En dan nog wat kilometers om elke dag van en naar het kampeerterrein te komen. Dat is de strand6daagse.

Onderweg is het overnachten op geïmproviseerde kampeerterreinen, meestal op een voetbalterrein. Maar de eerste nacht sta je op Duinrell. Tussen de achtbaan en het Tikibad. Eten en drinken worden verzorgd, op goed weer moet je gewoon hopen.

Waarom zou je het doen? Tja…het is in ieder geval de meest eenvoudige route die je je maar kunt bedenken. De zee aan je linkerhand houden, de duinen aan je rechterhand. Je waait zeker lekker uit en  met goed weer kun je je achterwerk laten zakken tussen de strandgasten. Bij slecht weer heb je het strand soms kilometers voor je alleen.

Het is in ieder geval een wandeltocht die met enige oefening zeker te doen is. Op allerlei manieren: met serieuze wandelschoenen, sandalen of op blote voeten. Hoewel bij die laatste optie aan het eind wel wat eelt van je voeten is afgesleten, zand schuurt nu eenmaal. En als je dus geen eelt hebt… Verder kun je kiezen voor bier al tijdens de lunch, na afloop of in de avond. Of niet. Zo zijn er heel wat varianten die, zo is de ervaring, ook allemaal in de praktijk worden gebracht. Het is al met al geen prestatietocht, maar wel een aanbevelenswaardige voor het geval je eens een wandeltocht wilt doen die anders is dan andere.

En volgend jaar? Wie weet de eilandvijfdaagse. Op een boot in vijf dagen alle Waddeneilanden bezoeken en op elk eiland overdag een leuke wandeltocht doen. Overnachten doe je dan op een zeilboot in de Waddenzee. Ook leuk. Als je de verhalen leest.

Tractor pulling

Af en toe moet je uit je eigen comfort zone stappen. Vind ik althans. Gewoonlijk zit je toch in je eigen cocon van buurtje, werk, vrienden, winkels, online nieuws, kranten en wat al niet. Lekker makkelijk en veilig. Dat is ook niet erg, elke dag alles anders doen is niet alleen doodvermoeiend, maar vooral: wat zou dat nu uiteindelijk opleveren?

Maar al tijden geleden had ik het plan om eens naar een dagje naar tractor pulling (ook wel trekkertrek genaamd) te gaan. Voor degenen die dat niet kennen: het gaat er om met tractoren een wagen over een circuit te slepen. Die wagen is voorzien van een gewicht wat tijdens het rijden naar voren schuift, waardoor de tractor steeds harder moet trekken. Het wordt volgens mij vooral in het oosten en zuiden van Nederland georganiseerd, zowel binnen als buiten.

20160123_145205

Ik kwam in Zwolle terecht, waar het in de IJsselhallen plaatsvond. Een grote hal vol met vooral mannen, van alle leeftijden, en soms natuurlijk met klompen aan. Al snel werd mij duidelijk wat hier ging gebeuren de rest van de dag. Zelfs de kleinste tractoren maakten een onvoorstelbaar kabaal. Hoogtepunt van de dag was echter de competitie met tractoren die tot wel 10.000 pk onder de kap hadden. Het bleek dat op sommige tractoren oude Sovjet helikopter motoren waren gemonteerd en als je er daar dan een stuk of 2 of 4 van hebt, dan tikt dat wel aan. Samen met methanol als brandstof was het al met al een spektakel. En vooral een spektakel wat ik in ieder geval niet kende.

Loop je vervolgens een paar weken later op Tefaf, de kunstbeurs in Maastricht, waar in plaats van hamburgertenten champagne en oesterbars zijn te vinden, dan pas bedenk je jezelf: wat zijn in Nederland toch grote verschillen te vinden, en wat is het leuk om daar af en toe eens in onder te dompelen. Met in het achterhoofd het idee dat je een dag later weer comfortabel in je eigen cocon zit. En daar is niks mee mis.

 

Vakantie!

De vakantie zit er nog maar net op, maar op mijn bucket-list zie ik nog 21 bestemmingen. Wat te doen? Ik ben nogal van de planmatige aanpak, en denk dan al snel: in zoveel jaar kun je dus zoveel vakanties doen. Standaard dus 21 jaar te gaan. Maar helaas, zo werkt de eenvoudige rekensom in de praktijk niet. Gaandeweg de jaren komen er steeds leuke bestemmingen bij. Terwijl er maar heel weinig bestemmingen afvallen. De conclusie ligt voor de hand: het leven is te kort. Of de verwachtingen zijn te hoog, dat kan natuurlijk ook.

De voorlopige oplossing is om in ieder geval het tempo wat op te voeren: twee vakanties per jaar. Als dat lukt natuurlijk. Niet elke vakantie is even spannend in de zin van “ver weg”, en sommige zijn ook in de tijd goed te doen. Er zijn landen waar je na een jaar nog niet alles hebt gezien, maar er zijn ook landen die je na één of twee weken wel snapt. Je hoeft niet alles gezien te hebben om met een goed gevoel weer huiswaarts te keren.

Toch, ik kwam ooit eens iemand tegen die zich tot doel had gesteld alle landen in de wereld te bezoeken. Er zijn er zo’n 200, dus zo’n 5 landen per jaar moet je dan toch wel doen. Mij klonk het iets teveel als werk in de oren. Toch nog maar eens over denken hoe ik mijn bucket list kan gebruiken als richtlijn, en de komende jaren verrassende vakanties kan hebben. Afgelopen jaren in de VS, Vietnam, Ierland, Oostenrijk en dit jaar Noord-Portugal is het in ieder geval gelukt.