Enerverende tijden

Nogal wat mensen vinden dat we in een enerverende tijd leven. Een tijd van grote, snelle veranderingen. Met name computers, niet geheel toevallig het gebied waar ik mijn werk in vind, spelen daar een belangrijke rol in. En inderdaad, als je kijkt naar een eenvoudig filmpje over een computer in de jaren 70 dan valt op hoeveel er sindsdien is veranderd:

Als u nu denkt, 1970, wat was dat ook alweer voor jaar? Wel, in dat jaar was bijvoorbeeld de Boeing 747 al een vrij gewoon vliegtuig:

Computers zijn in de afgelopen tientallen jaren overal in doorgedrongen: in fabrieken en huiskamers, in tassen van scholieren en in heel, veel andere apparaten. Het eind is nog lang niet in zicht. Er zijn wel geluiden, en dat kan ik vanuit mijn vakgebied wel ondersteunen, dat de grootste veranderingen nog moeten komen.

Toch bekruipt me het gevoel dat de veranderingen van de afgelopen decennia toch echt niet de grootste zijn die ooit hebben plaatsgevonden. Zo was er ruim een eeuw geleden een tijdperk dat auto’s in het straatbeeld verschenen en de eerste vliegtuigen succesvol het luchtruim kozen. Of nog even langer geleden, de komst van elektriciteit voor praktische toepassing. Of, alweer een paar eeuwen geleden inmiddels, de komst van de stoommachine en daarmee ook grootschalige bedrijven en wereldwijde handel op een schaal die vele malen groter was dan daarvoor.

Het zet de tijd waarin we nu leven in perspectief. Wat voor verandering zou in de komende decennia bepalend kunnen zijn? Zelf vind ik AI, artificial intelligence, een grote kanshebber. Het jaagt veel mensen schrik aan, dat we over niet al te lange tijd waarschijnlijk apparaten hebben die “intelligenter” zijn dan wij. Maar is dat de eerste vorm van intelligentie die ons overstijgt? Op dit moment ligt onze kat heerlijk op een kussen naast mijn laptop te slapen. Waarschijnlijk denkend aan morgen, wanneer ik erop uit ga om nieuw geld te verdienen om kattenblikjes en brokjes te kopen. Dat op verzoek van meneer morgenmiddag tijdig in de bakjes wordt geserveerd. Een aai erbij? Wat meneer maar wil. En als ik zo die snoet eens zie, dan denk ik wel eens; wie is hier nu de slimste in huis?

Terug naar AI. Intelligentie op zichzelf is natuurlijk niet genoeg. Gecombineerd met een apparaat dat die intelligentie kan benutten zoals in een robot, kan het hard een onvoorspelbare kant op gaan. Zeker als de intelligentie zichzelf kan reproduceren en verbeteren. Sneller en beter dan een mens het kan. De wereld zal gewoon blijven draaien, daar ben ik wel van overtuigd. Maar de rol van de mens op die aarde wordt dan wel ongewis. Het is niet voor niets dat er echt, serieus voor wordt gewaarschuwd. Helaas blijkt uit het verleden dat alle technologie die de mens tot op heden heeft bedacht, hoe destructief ook, altijd is toegepast. Dat geeft niet veel hoop. Vooralsnog zie ik meer de positieve kant; als er “iets” komt dat beter is, waarom zouden we dat dan laten? Ik weet niet hoe het met u is, maar ik ben toch vooral nieuwsgierig naar de komende jaren.

De waarde van informatie

Deze week had ik een meeloop dag. Dat heb je als docent af en toe, dat je meeloopt met een andere docent in een cursus of workshop. Handig om snel te leren wat de bedoeling is als je in de toekomst zelf de cursus of workshop ook moet gaan geven. De inhoud was me maar al te vertrouwd. Ik werk al jaren in het vakgebied van wat ik maar simpel samenvat als “toepassing van IT”.

De hele dag ging het over informatiesystemen, informatievoorziening, informatie zus en informatie zo. Ik kreeg er een beetje de kriebels van. Wat ik al jaren geleden eens bedacht kwam deze dag weer boven: hoeveel waarde heeft informatie eigenlijk? Toentertijd kwam ik tot de conclusie; soms heel veel, soms heel weinig.

Een concreet voorbeeld. Ik loop het Isala binnen, strompelend en al. U kent het Isala niet? Dat is een fraai gebouwd ziekenhuis in Zwolle. Nu kennen ze me daar helemaal niet. Gelukkig. En stel dat zij via hun systemen totaal geen gegevens van mij kunnen vinden bij collega ziekenhuizen of waar dan ook. Toch moet ik natuurlijk wel worden onderzocht en wellicht behandeld.

Bij stom toeval strompelt tezamen met mij een andere man, zelfde leeftijd, zelfde lengte, afijn, u snapt het, naar binnen. Van deze man is alles bekend in het fraaie EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) dat het Isala heeft. En vervolgens komt de cruciale vraag; hoeveel beter zal het onderzoek en de behandeling voor die man gaan dan bij mij? Ik vermoed dat het vast wel wat efficiënter zal verlopen, omdat ze sommige onderzoeken kunnen overslaan. En wellicht dat ze sneller een diagnose kunnen stellen, als er toevallig iets aan de hand is wat te relateren is aan eerdere kwalen. Maar bij elkaar vraag ik me werkelijk af hoeveel waarde al die informatie in het EPD heeft, hoeveel beter de patiënten af zijn, het personeel, het ziekenhuis, de zorgverzekeraars…

Er wordt ook vaak gesteld dat het EPD zo geweldig is als iemand uit Groningen in Brabant in het ziekenhuis terecht komt. En dat is ook zo. Maar ik zou wel eens de cijfers willen zien van het aantal Groningers dat op jaarbasis in een Brabants ziekenhuis terecht komt. Ik vrees dat er meer eindigen in een ziekenhuis aan de Turkse kust of in een Oostenrijks ziekenhuis aan het eind van een skipiste. Of iets dergelijks. En die hebben toevallig nou net geen toegang tot het Nederlandse EPD.

Een ander voorbeeld. Ik koop af en toe bij Bol.com. Dat is onmiskenbaar een succesvolle winkel. Mede omdat ze heel wat gegevens van mij bijhouden en proberen mij op maat te bedienen. Maar ook hier vraag ik me af hoeveel ze mij nu extra verkopen dankzij al die data. Doorgaans, ik weet het natuurlijk niet precies van Bol.com, is de conversie bij webwinkels enkele procenten. Dat wil dus zeggen; van alle bezoekers gaan enkele procenten met artikelen de digitale deur uit, en de rest met lege handen. Ik vroeg het een tijdje geleden bij de fysieke boekwinkel hier in het dorp. Die komt, zonder al die informatie die Bol.com wel van mij heeft, moeiteloos aan een procent of 50, dus de helft van alle bezoekers doet een aankoop. Met andere woorden; Bol.com kan in de toekomst misschien wel een Terabyte aan informatie over mij hebben verzameld, ik vrees dat dan nog steeds de boekhandel om de hoek het op het gebied van conversie beter doet. Gek.

Vind ik dan dat informatie nooit veel waard is? Dat zeker ook niet. Bijvoorbeeld zou ik dolgraag weten wat de beurskoers van een bedrijf morgen is. Betrouwbare informatie over het werkelijk rendement van een warmtepomp is ook van harte welkom. En niet alleen de optimistische cijfers van de leverancier. Of de isolatiewaarde van divers materiaal waarmee je muren van huizen kunt isoleren. Of…

Al met al eindigde ik de dag met het besef dat je toch vooral kritisch moet denken. Want ook in de gezondheidszorg is informatie waardevol. Niet altijd, niet overal. Wat mij overigens eigenlijk het meest zorgen baart in de gezondheidszorg; informatie wordt al heel snel geassocieerd met administratie. En die zorg deel ik met ze. Te vaak leidt IT tot verzwaring van de administratieve last. En dat is precies wat IT zou moeten zien te voorkomen. IT moet mensen blij maken, de wereld een beetje mooier maken. En dat krijg je niet voor niets. Teveel alleen maar over informatie praten helpt in ieder geval niet. Een hele dag was wat mij betreft een beetje teveel van het goede. En zo reed ik aan het eind van de dag naar huis.

November

November is mijn minst favoriete maand. Koud, donker, en vooral: het duurt nog veel te lang voor het weer beter wordt. In tegendeel, het wordt eerst nog donkerder, nog kouder, nog natter… het vooruitzicht alleen al stemt mij niet vrolijk. Wat te doen? Denken aan een warm vakantieland? Dat helpt zeker. Eventjes dan. Of luisteren naar:

Ook dat helpt niet voor lang. De kachel hoger zetten? Spinnende poezen op tafel terwijl je een boek of de krant leest, of gewoon wat aan het rondsurfen bent op internet?

Zucht…ik verzin van alles en morgen…morgen is het weer korter licht. Ik kijk naar het weerbericht, en hoopvol kijk ik of de temperatuur de komende paar weken nog een beetje rond de 10 graden blijft. Met een zonnetje erbij is het dan nog best aardig. Maar vergeleken met april of mei, wanneer het nieuwe jaar voluit aan de gang is en de stoelen niet alleen buiten staan maar je er ook op kunt zitten zonder te verstenen…ja, dat zijn meer mijn maanden. En dan moet de zomer nog komen…

Er is geen andere optie dan de tijd maar uit te zitten. Ik ben jaloers op de vogels die hier al druk aan het rondfladderen zijn om over niet al te lange tijd naar het warme zuiden te trekken. Verrek! Dat is nog eens een idee. Het klinkt een beetje sullig, overwinteren in Spanje of Portugal. Maar als die vogels het doen, waarom doen wij mensen dat dan niet op grote schaal? Toch nog maar eens over denken.