Nieuwe technologie en werkgelegenheid

Ik heb het hier al vaker geschreven; ik ben een techno-optimist. Ik geloof dus in de meerwaarde van technologie en ook dat die meerwaarde de negatieve gevolgen die technologie ook zeker kan hebben (en heeft) verre overstijgt.

Dit weekend las ik een boek met de titel “Alles wordt anders”. Het is een titel die mij de gordijnen in jaagt. Natuurlijk leven we in een tijd van verandering. Maar de komst van de eerste stoommachine, het eerste vliegtuig, elektriciteit, penicilline en zo kan ik nog wel even doorgaan, hebben de wereld ook behoorlijk opgeschud. Ik vind juist dat het in deze tijd soms opvallend langzaam gaat. Kijk maar eens naar een computer uit de jaren 80: een scherm, toetsenbord en een muis. En kijk eens waar nu nog steeds heel veel mensen mee werken… Zeker, je kunt met computers nu veel meer. Maar het valt me toch op dat het nog steeds draait om hardware, software en databases. Allemaal groter en mooier. Maar essentieel anders? Tja…

We staan echter zeker voor flinke veranderingen. De toepassing van technologie, en dan heb ik het hier over computertechnologie, begint langzamerhand maatschappelijk flink om zich heen te grijpen. In de financiële wereld zijn in Nederland alleen al de afgelopen jaren tienduizenden banen verdwenen. De verwachting is dat dit aantal in andere sectoren de komende jaren behoorlijk kan oplopen. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat als je werk bestaat uit achter een computer zitten en op een muis klikken, je baan over enige jaren niet meer bestaat.

Zoals gezegd kreeg ik de kriebels van de titel van het boek dat ik las. Maar de inhoud viel me reuze mee. Door schrijver Dik Bijl worden zeven nieuwe technologieën beschreven en uiteindelijk eindigt het boek met een weergave van de mogelijke gevolgen. De schrijver geeft tot slot een aardige oplossing. Deze wordt wel vaker geschetst en is daarom niet erg origineel: als het werk verdwijnt, dan moet iedereen maar een basisinkomen krijgen.

Zelf weet ik niet of een basisinkomen wel de oplossing is. Ik heb eigenlijk een andere gedachte over het fenomeen dat computers een flink deel van het huidige werk zullen overnemen. Waarbij het heel onzeker is of er ander werk voor in de plaats komt. In de 19e eeuw werkten mensen namelijk veel meer uren dan vandaag de dag. En ze waren naar hedendaagse maatstaven merendeels straatarm. Op dit moment werken we gemiddeld zo’n 30-40 uur en zijn veel rijker, leven langer en zijn gezonder. Wat dus te doen met technologie die ons in de toekomst nog meer werk uit handen neemt? Alleen maar toejuichen zou ik zeggen. En het werk dat overblijft, wat helemaal niet door computers gedaan kan worden, ook in de toekomst niet, netjes verdelen. Werken we misschien nog maar 10 uur in de week. En hopelijk, de lijn doortrekkend van het verleden naar de toekomst, zijn we dan nog rijker. En gezonder. En wie weet hoe lang we dan leven. Ik vind het geen gekke gedachte en zeker niet beangstigend. Deze toekomst mag van mij morgen beginnen.

Help, mijn man is een klusser!

Help, mijn man is een klusser! schijnt een grappig tv-programma te zijn. Ik ken het nauwelijks. En toch kwam de titel verrassend goed van pas toen we dit ooievaarsnest bij ons in de buurt passeerden:

Ik ga er, tamelijk seksistisch maar ik vrees ook tamelijk realistisch, vanuit dat een nest bouwen bij ooievaars een mannenaangelegenheid is. Dat is niet altijd zo. We zien hier in de buurt vaak stelletjes meerkoeten die gezamenlijk een tijdje aan een nest bouwen. Prompt enige weken later zijn er eieren in te vinden en even daarna zwemmen de kleine koetjes rond.

Terug naar de ooievaars. Deze doen vaak dappere pogingen een fraai nest te bouwen. Soms is het pakket takken zo dik dat we bang zijn dat de paal eronder gaat bezwijken. Of het hele nest met een grote windvlaag van de paal af wordt geblazen. Bovenstaande ooievaar had zich er zo te zien makkelijk vanaf gemaakt. Maar toch had hij daarna een vrouwtje gevonden die dat kennelijk niet zo’n probleem vond. En de jongen? Die zijn daar geboren, opgegroeid en inmiddels uitgevlogen. Ik ben benieuwd of hun nest er volgend jaar net zo uit zal gaan zien als dat van hun ouders.