Elektrische auto’s

De wedergeboorte van elektrische auto’s.

Als je op YouTube zoekt op elektrische auto’s, bijvoorbeeld in combinatie met Tesla, dan kom je verrassend snel niet in 2017 maar in 1906 terecht. Zoals hier:

Elektrische auto’s zijn namelijk bepaald niet nieuw. En het probleem van elektrische auto’s; hoever kan ik ermee rijden, al helemaal niet. Het probleem van dik 100 jaar geleden is ook vandaag de dag nog precies hetzelfde.

Toch begint het er nu op te lijken dat het probleem opgelost raakt. De Tesla is de eerste auto waarmee je moeiteloos vele honderden kilometers kunt rijden. En die er nog leuk uitziet bovendien. Binnenkort komen er meerdere op de markt. Met name de Opel Ampera-e heeft mijn aandacht getrokken. Die auto kost zo rond de 40000 euro, en dat is veel geld. Maar als je gaat rekenen met de lagere bijtelling, minder brandstofkosten en minder onderhoud, dan kom je verrassend dichtbij de kosten van onze huidige auto van 20 mille. En dat maakt dat de keuze voor geheel elektrisch rijden in de komende jaren opeens een reële optie wordt. Het komend jaar sta ik zeker nog regelmatig bij de pomp. Maar hoe dat er daarna uit gaat zien, ik zou het op dit moment niet durven zeggen.

Ooievaars

Vooropgesteld; ooievaars zijn fraaie dieren. Zou het komen door de scherpe zwart-wit tekening die ze op hun lijf hebben? Of de manier waarop ze soms heel lang met hun vleugels wijd gespreid door de lucht zweven? Ik denk dat het vooral komt omdat ze enkele tientallen jaren geleden bijna waren uitgestorven. En dat ze daarom ook nu nog vrij zeldzaam zijn. Maar niet bij ons in de buurt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Inmiddels gaat het weer veel beter met de ooievaars in Nederland. Er waren, vlak voor het uitsterven, enkele ooiveaar stations in het leven geroepen waar actief ooievaars naar toe werden gelokt en verzorgd. Bij ons in de buurt was er zo een, maar vanwege succes is deze inmiddels opgedoekt.

In Olst, het dorpje waar ik woon, was toen wij er kwamen wonen één bewoond nest. Inmiddels zijn alle palen die her en der staan al vroeg in het seizoen bezet. We vragen ons af hoe dat verder moet in de komende jaren. Misschien bij Deventer een bord neerzetten “Olst is vol”? Zodat ze doorvliegen naar een volgend dorp? Of zullen ze, net als gewoon in de natuur, gaan nestelen in bomen. Ook dat hebben we al een paar keer hier gezien.

Het blijft ondertussen een buitengewoon fraai gezicht als er soms wel 10 of meer ooievaars samen in de uiterwaarden op zoek zijn naar eten. Ze zijn ook echt niet schuw; autoverkeer of tractoren deren ze niet veel. En bij tijd en wijle zitten ze al vroeg in de ochtend bovenop de lantarenpalen te kijken hoe auto’s met forensen zich naar het werk spoeden.

We zullen zien hoe het over 10 jaar is. Met dit tempo van vermenigvuldiging worden ooievaars op enig moment een plaag. Maar gelukkig hebben we dat moment nu nog niet bereikt en kunnen we er bijna dagelijks van genieten.

Zweefvliegen

Waarom stond zweefvliegen ook alweer op mijn bucketlist? Misschien wel omdat ik niet van kelders hou, maar wel van hoogte en lucht. Gek genoeg heb ik wel last van hoogtevrees; een ladder is niet mijn vriend. Maar in de bergen daarentegen is de beste plek wat mij betreft: bovenop.

In het voorjaar 2016 was er eens een open dag in Lemelerveld bij de zweefvliegclub Aero Club Salland. Een van de grootste van Nederland. Na een proefvluchtje was ik wel verkocht. In de zomer ging ik met dochterlief een weekje zweefvliegen.

Augustus 2016 was het zover. Met een groep mensen draait een zweefvliegclub gesmeerd, dat viel mij al snel op. Ieder heeft een eigen rol en neemt ook zonder vragen allerlei klusjes voor zijn rekening. Maar vooral: elke keer met een vaste manier van werken. Het aanhaken van een vliegtuig, het starten, ophalen van het landingsveld, zelfs naar de wc lopen ging toch echt niet zomaar. En mensen spraken elkaar, vriendelijk maar resoluut, aan op fout gedrag. Eigenlijk heel logisch, maar op deze manier had ik het nog nooit meegemaakt.

Ik heb me vermaakt. Het optrekken, al heel snel gaat het 100km/uur, en daarna in de lucht suizen naar rond de 400m hoogte. Op zoek naar thermiek om nog hoger te komen. Het blijft een gekke gedachte dat zo iets simpels als thermiek, waar ook vogels volop gebruik van maken, een flink vliegtuig met twee mensen erin op kan tillen naar grote hoogten.

Het landen is eveneens een aparte ervaring. Met een snelheid van zo rond de 90km/uur land je op twee wielen, en je bent een stuk dichter bij de grond dan in een gemiddelde Airbus. Gek genoeg went het snel. Na een landing of vijf is het heel gewoon geworden.

Of ik nog ooit eens ga zweefvliegen? Wie weet. Maar er zijn nog een paar andere vliegervaringen op de bucketlist weg te werken. Dus voorlopig even niet.