Vakantie!

De vakantie zit er nog maar net op, maar op mijn bucket-list zie ik nog 21 bestemmingen. Wat te doen? Ik ben nogal van de planmatige aanpak, en denk dan al snel: in zoveel jaar kun je dus zoveel vakanties doen. Standaard dus 21 jaar te gaan. Maar helaas, zo werkt de eenvoudige rekensom in de praktijk niet. Gaandeweg de jaren komen er steeds leuke bestemmingen bij. Terwijl er maar heel weinig bestemmingen afvallen. De conclusie ligt voor de hand: het leven is te kort. Of de verwachtingen zijn te hoog, dat kan natuurlijk ook.

De voorlopige oplossing is om in ieder geval het tempo wat op te voeren: twee vakanties per jaar. Als dat lukt natuurlijk. Niet elke vakantie is even spannend in de zin van “ver weg”, en sommige zijn ook in de tijd goed te doen. Er zijn landen waar je na een jaar nog niet alles hebt gezien, maar er zijn ook landen die je na één of twee weken wel snapt. Je hoeft niet alles gezien te hebben om met een goed gevoel weer huiswaarts te keren.

Toch, ik kwam ooit eens iemand tegen die zich tot doel had gesteld alle landen in de wereld te bezoeken. Er zijn er zo’n 200, dus zo’n 5 landen per jaar moet je dan toch wel doen. Mij klonk het iets teveel als werk in de oren. Toch nog maar eens over denken hoe ik mijn bucket list kan gebruiken als richtlijn, en de komende jaren verrassende vakanties kan hebben. Afgelopen jaren in de VS, Vietnam, Ierland, Oostenrijk en dit jaar Noord-Portugal is het in ieder geval gelukt.

 

Technologie: zegen of vloek?

Ik zit in de technologiesector. Om precies te zijn: computertechnologie. En daar maak je je op verjaardagen en partijtjes niet altijd populair mee. De afgelopen tientallen jaren niet vanwege alle ellende die mensen er in het gebruik mee meemaakten. En de laatste tijd omdat mensen vrezen hun baan kwijt te raken.

Beide  zijn verre van irreëel. Gelukkig doet steeds meer hard- en software elke dag wat het zou moeten doen. Dus de vragen of ik kan helpen met een of ander probleem nemen gestaag af. Maar de angst voor hun baan komt daarvoor in de plaats. En terecht. Kijk maar eens naar heel veel werk dat nu door mensen wordt gedaan.  En stel de simpele vraag: Zou een computer dit werk ook kunnen? Dan komt daar nogal eens een antwoord uit dat niet gunstig te noemen is voor de betreffende personeelsleden. Als je werk bestaat uit achter een scherm zitten en klikken op een muis, dan zou het best eens kunnen dat de computer over enige jaren zelf op de muis klikt. Daar gaat je baan! Zeker in administratieve omgevingen zou dat wel eens enorme gevolgen kunnen hebben. Het is niet voor niets dat in de financiële sector al veel banen zijn verdwenen, en het eind nog niet in zicht is.

Toch houd ik me vast aan de positieve effecten van technologie. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg moet dat grotendeels nog komen. Nu wordt daar vaak gemopperd dat er meer handen aan het bed moeten komen, en minder mensen in de administratie. En daar hebben de mopperaars groot gelijk in. Laten we eens flink inzetten op het gebruik van computers, juist om de administratie terug te dringen in plaats van steeds verder toe te laten nemen. Want eerlijk is eerlijk; behandelingen van patiënten kunnen werkelijk verbeteren door meer en actuelere informatie over die patiënten. Maar moeten we dan steeds meer handmatig gegevens in computers invoeren, wijzigen, samenvoegen, overtypen etc.? Nee toch?